ZEEFOREL DOOR RON SMITS

Succesvol vissen op de zeeforel in
Denemarken

door Ron Smits

1. Algemeen
Denemarken wordt vaak gezien als het eldorado voor de zeeforel vissers. Terecht want er is
wel degelijk een zeeforel te vangen aan de lange Deense kusten. Uiteraard moet u de zeeforel
wel op de juiste wijze bevissen en met het juiste materiaal en kunstaas.
De zeeforel komt niet alleen voor in Denemarken, maar wordt aangetroffen in de Europese
kustwateren en de rivieren van het hoge noorden tot aan Portugal. De zeeforel is talrijk
aanwezig in de Oostzee, Schotse oostkust en de Ierse kusten.

De Denen hebben in het verleden fors geïnvesteerd in het uitzetten van jonge zeeforellen en
regenboogforellen, maar ook om het zeeforellen bestand op natuurlijke wijze in stand te
houden en zelfs te verbeteren. In de beginjaren 60 waren het alleen de visverenigingen die
hierin, vrijwillig, geld investeerden, door het jaarlijks uitzetten van forel broedsel en jonge
forellen. Door die jaarlijkse investeringen is het grote forel project in begin 1990 ontstaan. De
provincie Funen heeft hierin het initiatief genomen en heeft hierin fors geïnvesteerd. Niet
eenmalig, maar jaarlijks wordt hier veel in geïnvesteerd. Om u een idee te geven van dit
project: jaarlijks wordt er 500.000 stuks jonge zeeforel en tevens 300.000 stuks forel broedsel
en vissen van een half jaar op de rivieren uitgezet. De daar uitgezette zeeforel komt terug naar
de rivieren waar deze is geboren of uitgezet. Dit wordt dan ook nog aangevuld met het
uitzetten van 25.000 jonge zeeforellen op het zoute water, dmv een “milieu” schip. De jonge
zeeforellen blijven 1 tot 2 jaar op de rivieren en trekken dan ergens in maart en/of april van uit
de rivieren de zee op. Ze hebben dan een lengte bereikt van ongeveer 17 tot 18 cm. Na een
verblijf van een half jaar op zee zijn deze forellen ongeveer 40 cm (de minimum maat voor
een zeeforel). De zeeforel verblijft 1 of 2 jaar op zee alvorens de rivieren (waar ze zijn
uitgezet of zijn geboren) op te trekken om te paaien. Zeeforellen, maar ook de
regenboogforellen, groeiden als kool. De meeste zeeforel die gevangen wordt is tussen 1 en 2
kilo, maar er worden er ook vrij regelmatig gevangen van 2 tot 4 kg. De magische 5 kg is (en
blijft voor veel sportvissers) een droom. Nog steeds wordt er fors geïnvesteerd in de zeeforel.
De visverenigingen, maar ook hengelsport zaken verkopen badges met daarop een zeeforel en
een gedeelte van Denemarken op de achtergrond. Goed beschouwd zijn we min of meer
“verplicht” om zo’n badge te kopen. De opbrengst van die badge wordt namelijk geïnvesteerd
in het uitzetten van jonge forel. Niet alleen in het uitzetten van zeeforel wordt geïnvesteerd. Er
worden ook andere bevorderende maatregelen genomen, om het zeeforellen bestand in stand
te houden en zo mogelijk te verbeteren. Voor de Denen is de aanwezigheid van zeeforel een
bron van inkomsten geworden. Zo wordt o.a. de trek van de zeeforel op de rivieren bevorderd
door het wegnemen van allerlei obstakels. Op het eiland Funen belemmerden onder andere
watermolens de vrije doortocht, zodat het onmogelijk werd dat de zeeforel de riviertjes
stroomopwaarts konden zwemmen om zich voort te planten. De zeeforellen trekken de
rivieren op om op de kiezelstenen van de rivierbedding, kuit te schieten. De watermolens
hadden een grote historische waarde en konden dus eenvoudigweg niet afgebroken worden.
Hier werden omleidingen in de loop van de rivier voorzien, zodat enerzijds de cultuur
historische waarde behouden bleef en anderzijds de zeeforel zijn weg naar de paaigronden kan
vervolgen. Vis trappen worden aangelegd. Vistrappen zijn noodzakelijk om ervoor te zorgen
dat de zeeforel stoom opwaarts allerlei hindernissen zoals stuwen en dammen kan nemen om

�C;
zich voort te planten. Hierdoor wordt het forellen bestand op natuurlijke wijze in stand
gehouden. Vroeger konden deze ook in Nederland de grote rivieren optrekken om zich op de
grindbeddingen van de beekjes in Duitsland, Zwitserland en Frankrijk Voort te planten. Door
onze stuwen en dammen en het afgraven van de grindbeddingen was de zeeforel gedoemd tot
uitsterven. Doordat de zeeforel nu weer de rivieren op kan trekken planten ze zichzelf voort.
Het behoeft geen betoog dat dit in het voordeel spreekt voor elke sportvisser. Ook de
opgelegde beperking van de minimum maat van 40 cm is in het belang van de zeeforel. Deze
minimum maat is zodanig ingesteld om de zeeforel de kans te geven om minimaal één keer te
paaien. Voor het vissen in Denemarken moet je in het bezit zijn van een visvergunning
(Fisketegn). Ook de opbrengst van de visvergunning (circa € 15 per jaar of ongeveer € 10
voor een week) komt ten goede aan het landelijk uitzetten van zeeforel.

Vandaar, dat vele buitenlandse sportvissers naar Denemarken trekken om aldaar hun geluk te
beproeven. Niet alleen dat, maar Denemarken leent zich hier ook voor: de vele eilanden
hebben prachtige kusten, landpunten, riffen, baaien en fjorden etc. Vissen in het voor-en
najaar betekent vaak een gehele dag buiten zijn, zonder ook maar iemand tegen te komen.
Enkel het ruisen der golven, uw gedachten dwalen af. Heerlijk ontspannen. Heel af en toe
komt u een Deen tegen, die zijn hondje uitlaat. Een aantal jaren geleden ging ik enkel en
alleen naar Denemarken om ’s nachts op de gul te vissen. Vele prachtige nachten zijn mij bij
gebleven. Niet alleen vanwege de goede vangsten, maar ook omdat ’s nachts een vos op nog
geen 20 meter bij mij vandaan, mij nauwlettend in de gaten hield. Mooie waterratjes die mij
gezelschap hielden. Reeën, fazanten, af en toe vossen, hazen en konijnen die wij onderweg
tegenkwamen. Overdag prachtige (soms grote) roofvogels en zelfs een zeehond op een grote
steen niet verder dan 15 meter bij ons vandaan. Helaas was de vangst die dag heel slecht en
waren wij gedwongen om op een andere stek te vissen. Bruinvissen die voorbij
trekken……..Reeën en fazanten in de achtertuin van ons vakantie huisje
In de vissers haven van noordelijkste plaatsje Lohals op het eiland Langeland zat zelfs een
witte visotter op een “vlotje” ca. 5 meter uit de kant, die zich door omstanders uitgebreid liet
fotograferen, voordat hij de veilige kant (met talloze veilige schuilplaatsen) opzocht.


Eén met de natuur
 


�C;
U moet dit zelf ervaren. Het weer is vaak onvoorspelbaar in het voorjaar: soms schijnt de zon
en is het weer prachtig, terwijl u de volgende dag verrast kunt worden door een helse
sneeuwstorm, waar u echt geen hand meer voor de ogen ziet. Prachtig dit natuurgeweld. De
Denen zelf zeggen dat de 4 jaargetijden soms in een paar dagen in het voorjaar voorbij
trekken. U bent dus gewaarschuwd.
Het zeeforellen bestand is goed, maar dit houdt niet automatisch in dat iedereen daar zeeforel
kan vangen. Jawel, er wordt heel veel over de zeeforel geschreven, maar veelal is de
informatie een kopie van voorgaande jaren. Nieuwe artikelen en/of informatie zijn schaars.
Dat is jammer, want het is een visserij, die helaas niet voor iedereen is weggelegd, als je niet
over de juiste informatie beschikt of niet de ervaring hebt. Het vereist veel kennis van zaken
over de zeeforel, waar hij zich voornamelijk ophoudt. Windrichting, windkracht, temperatuur,
temperatuur van het water in de diverse lagen, zoutgehalte, periode en last but not least
stekken, kennis en ervaring zijn van dusdanig belang dat dit vaak het verschil uitmaakt van
wel of niet vangen. Vergeet ook niet het doorzettingsvermogen en ook zeker niet het
noodzakelijke vertrouwen in uzelf, het kunstaas en uw hengel. Kort samengevat: ook de
sportvisser moet investeren in heel veel tijd om een goede kans te maken om regelmatig
zeeforel te vangen. Natuurlijk hebben we allemaal wel eens geluk dat we ingooien en direct
een zeeforel haken, of dat we in een zeeforellen stream terecht komen. Maar geloof me dit
zijn uitzonderingen. Investeren in het zoveel mogelijk kennis vergaren over de zeeforel en
zijn levens gewoonten, drijfveer etc. Vele uren doorbrengen aan het viswater en niet alleen
om te vissen, maar geef uw ogen eens bijzonder goed de kost om te zien wat er in uw nabije
omgeving in, op, maar ook (uiteraard) onder water gebeurt. U moet als het ware een zesde
zintuig ontwikkelen door de zeeforel te begrijpen waarom en wanneer hij zich op bepaalde
plekken ophoudt. Als u dit goed begrijpt en de zeeforel regelmatig een stap voor kunt zijn,
zult u naar alle waarschijnlijkheid een goed en succesvol zeeforellen visser zijn. Verder moet
u vanzelfsprekend het water kunnen “lezen”: waar zijn de zwinnen, waar zijn de muien, waar
kan ik de diepere plekken vinden in de buurt van een strekdam (de zogenaamde “neren”).
Waar bevindt zich het voedsel voor de zeeforel waarom juist daar? Waarop azen de
zeeforellen in een bepaalde periode? Een simpel paaltje in het water betekent vaak een iets
dieper gedeelte rondom het paaltje (veroorzaakt door stroming en/of golven), waar
garnaaltjes, kleine prooivisjes zich ophouden. Ook de zeeforel weet dat en kan hier komen
azen.

De meeste gevangen zeeforel is tussen de 1 – 2 kg, maar er is zeker kans op vissen van 3 – 5
kg. Deze worden als meer normaal beschouwd. Er worden echter ook zeeforellen van 5 – 9 kg
gevangen. Heel af en toe wordt een zeeforel van meer dan 10 kg gevangen.

In het voorjaar (maart t/m mei) worden er niet alleen zeeforellen gevangen, maar ook
regenboog forellen van 1 – 3 kg. De regenboog forel staat bekend als een heel goede vechter
en daardoor een prachtige sportvis. De regenboogforel die het zoute water opzoekt wordt
steelhead genoemd. Razendsnel zwemt hij naar u toe om even later weer snel de vinnen te
nemen, richting zee. Altijd even onvoorspelbaar. De slip, draad, hengel en vooral de zenuwen
van de sportvisser worden ernstig op de proef gesteld. Net als de zeeforel springt deze ook
boven het water uit. Deze vis onderscheidt zich door de bredere rug en het speciale vinnetje
boven op zijn rug. Samengevat een zeer begeerde sportvis.

De zeeforel is het best te vangen tussen september en juni. In de herfst trekken de grote
zeeforellen de rivieren op om te paaien. In de winter zijn de meeste forellen aanwezig op de
rivieren. Niet allemaal, een aantal blijft en deze worden de “springers” (deze slaan het paaien

�C;
een jaartje over, zie het als de reservetroepen van moeder natuur bij calamiteiten op de
rivieren) genoemd. Daarom is het mogelijk om ook in de winter zeeforel te vangen. De
verklaring voor dit fenomeen is de volgende:
In het zoute water onderscheiden zich namelijk 2 groepen zeeforellen:


De eerste groep onderscheidt zich door zich niet voort te planten, maar zich te voeden en
hierdoor zijn zij als het ware een reserve van moeder natuur.
De andere groep onderscheidt zich door de drift om zich voort te planten (en trekken
dus de rivieren op).


1.1 Groep die zich voedt (en dus niet de rivieren optrekt om te paaien).
Stel dat het op de één of andere manier fout gaat op de rivieren door bijvoorbeeld een extreme
droogte. Als dit gebeurt zou dit catastrofale gevolgen hebben voor het zeeforellen bestand.
Met andere woorden zij trekken niet de rivier op om te paaien, maar blijven in zee (baaien en
inhammen) en deze “springers” zijn eigenlijk een soort reserve bestand en zorgen ervoor dat
de zeeforel blijft voortbestaan.


Deze groep is weer onder te verdelen in:
De grote zeeforellen (het hoeft geen betoog dat dit de meest interessante, sterke en vooral
moddervette sportvissen zijn).
De Groenlanders, dit zijn de kleinere zeeforellen, die nog niet toe zijn aan paaien, met andere
woorden deze hebben nog geen half jaar op zee vertoeft.


In de zomermaanden is de zeeforel het best na zonsondergang en voor zonsopgang te vangen
(heldere nacht). Ikzelf vind dat de beste periode voor zeeforel maart – april is. De vissen zijn
minder voorzichtig, omdat de meeste gedreven zijn door honger. Omdat zoveel zeeforellen
hongerig zijn ontstaat er vanzelf voedselnijd. Bovendien zijn de vissen aan het (vr)eten
geslagen en zijn lekker vet.


In de wintermaanden vertoeft deze in de zuidelijke helft van Funen en Langeland, omdat een
zeeforel niet houdt van koude in combinatie met een hoog zoutgehalte. Daarom trekken de
zeeforellen naar het brakkere water van de Oostzee en dus het Zuid-Fuunse gedeelte. Tijdens
het warme gedeelte van het jaar vertoeft de zeeforel het liefst in het noordelijke deel.
Voor en najaar zijn favoriet, maar het voorjaar is beter voor de grotere zeeforel. In mei kan de
grotere zeeforel de rivieren al optrekken om te paaien.
Als je in de winter vist, met een watertemperatuur om en nabij het vriespunt, is de zeeforel
niet zo snel als in de lente. Langzaam vissen is de boodschap (zie kustaas vervaardigt uit
kunststof, zie later). Er is weinig voedsel in het water, als de zeeforel uw aas heeft gezien is de
kans zeer groot dat de vis ook aanvalt en u hem vangt. Goede stekken zijn de plaatsen waar
een rivier uitmondt in het zoute water, want hier is het zoutgehalte van het zeewater lager dan
verder op. E.e.a. heeft te maken met de combinatie zoutgehalte en de lage temperatuur van het
zeewater. Maar respecteer een zone van rond 500 m. vanuit de monding van de rivier waar het
verboden is om te vissen.


1.2 Overal forel
Een afwisselende bodem met wat stenen, wat zeewier en/of zeegras en wat zand zijn de ideale
stekken voor de zeeforel. Tussen de stenen, zeewier en zeegras schuilen heel wat onderwater
diertjes.

�C;
Als het er maar diep genoeg is, warm genoeg is en mosselbankjes of schuilplaatsen aanwezig
zijn, waar garnalen of kleine visjes zich schuilhouden, want daar is immers voedsel
voorhanden. Maar let op de zeeforel is ook vaak op iets meer dan kniediep water te vinden,
zeker tegen de avond willen ze op het ondiepere water komen azen.
Landpunten, riffen en landtongen zijn ook vaak heel goede stekken. Maar vergeet zeker de
saaie stukken zandstrand niet: een zeeforel kan men overal tegenkomen.
Onthoudt dat de zeeforel daar is, waar het water warmer is dan de water temperatuur elders,
waar voldoende voedsel is en waar de zeeforel eenvoudig aan voedsel kan geraken. Met
andere woorden waar de zeeforel kan “schuilen”.


1.3 De belangrijkste ingrediënten (voedsel) van de zeeforel zijn:
Haring
Tobijsvis
Stekelbaarzen
Vlokreeften
Steurkrab
Garnalen (vooral maart en april)
Zandspiering
Zagers (in het voorjaar gaan deze zwemmen om zich voort te planten, dit betekent voor de
zeeforel als het ware een luilekkerland).

De kans op zeeforel is klein als de wind fris aanlandig is, die het water troebel maakt. Zolang
het water helder is kan er gevist worden. Zijwind en aflandige wind zijn prima viswinden. Het
water is onrustig en donker onder het oppervlak. ’s Morgens en ’s avonds zijn goede
tijdstippen, maar ook overdag bij laaghangende bewolking en uiteraard is er ook ’s nachts een
zeeforel te vangen. ’s Avonds tegen het donker worden trekken deze naar de kant en komen
vaak op maar 30 cm tot 40 cm water. Ook vaak tegen de ochtend is er nog geen of weinig
wind en tegen de avond gaat deze liggen.
Bij tegenwind en golven wachten de zeeforellen net buiten de branding.

Vis het kunstaas (lepel en/of plug) gematigd tot snel binnen. Soms is het nodig om de lepel
zeer snel binnen te vissen (vluchtend visje) en deze af te laten zakken naar de bodem. Het is
nu net of het visje afdaalt naar de bodem om in het zand te kruipen. Vaak is dit het moment
waarop de zeeforel toehapt. ’s Winters is de zeeforel vanuit stilstand niet zo snel op
topsnelheid om het kunstaas te pakken. Hier dient dus wat langzamer binnengedraaid te
worden (de Spöket is een prima kunstaas voor in de winter).

2. De vier jaargetijden
In de vroege lente start de trek vanuit het brakke water (rivieren, baaien) naar de zee. De
exacte tijd is moeilijk te voorspellen. Dit hangt af van de temperatuur van het water. Na een
strenge winter zal de trek naar zee later maar heel plotseling starten. Het einde van de trek is
ook heel snel. Als de winter lang heeft geduurd en het water bevroren is, kunt u, zodra het ijs
ontdooit is, geweldige vissport beleven. De zeeforellen, die zich massaal hebben verzameld in
het brakke water zijn heel erg hongerig. Het vinden van voedsel is heel moeilijk en u raadt het
al de forellen zijn “gemakkelijk” (beter gezegd: niet zo heel moeilijk) te vangen. Helaas zijn
deze eerste zeeforellen vaak graat mager door het kuitschieten. Dus onthoudt dat wanneer de
lente plotseling invalt dat de trek naar de zee ook snel plaatsvindt en ook weer snel eindigt.

�C;
Als de winter mild was zal de trek geleidelijk aan plaatsvinden en zal ook wat langer duren..
Dat wil zeggen dat er meer vissen gedurende een langere periode naar zee trekken en
daardoor moeilijker te lokaliseren zijn en derhalve ook wat moeilijker te vangen zijn.
Na het kuitschieten gaan de zeeforellen zich massaal voeden en zullen zij snel weer op
gewicht zijn. De eerder genoemde Groenlanders hebben geen kuit geschoten en zijn
weliswaar kleiner maar wel moddervet. Helaas hebben deze net niet de minimum maat van 40
cm. en moeten teruggezet worden. Maar ook de zogenaamde “springers” zijn moddervet.
Deze laten zich echter niet zo gemakkelijk vangen als de zeeforellen die net gepaaid hebben
en dus zeer veel honger hebben. Maar houdt echter wel rekening met “voedselnijd”. Als een
zeeforel eigenlijk geen honger heeft (Groenlanders en springers), maar ziet dat een zeeforel
achter een mogelijke prooi aanjaagt, is de kans heel groot dat hij alsnog aanzet om deze
prooivis te bemachtigen. Deze voedselnijd maakt zeeforellen extra onvoorzichtig. Hij wordt
als het ware extra geprikkeld en getergd. U zult dit veelal zien als de zeeforellen zich
verzameld hebben. Vergelijk dit maar met onze makreel, maar ook de geep heeft dit heel
sterk. Als er sprake is van voedselnijd moet u proberen daar gebruik van te maken. Trek
gerust het aas ruw weg van de vis, deze is ook getergd door de vluchtende prooi en gaat er
achteraan. Hierdoor worden de omstanders ook weer extra geprikkeld omdat het is net alsof
de zeeforel achter een prooi aanjaagt. Dit is voor die omstanders het sein om ook een poging
te wagen, maar ook de eerste zeeforel kan door de medestanders aangezet worden tot
aanbijten. U zult zien dat of de oorspronkelijke vis het aasje pakt of een ander. Het is zelfs
heel goed mogelijk dat u tijdens deze aanslag meerdere zeeforellen ziet wegschieten.
In de lente is de zeeforel zeker aanwezig op plaatsen waar veel voedsel te vinden is
(mosselbanken, plaatsen waar zich veel kleine vis ophoudt, krabbetjes, vlokreeftjes, etc.).
Zoek vooral naar kleine baaien in “zonnig” water en zorg ervoor dat u ook het ondiepere
(warme) water goed afvist.
Heel belangrijk is waar de wind vandaan komt,.in combinatie met de watertemperatuur.
Wind op kop wil in de lente zeggen dat het opgewarmde zeewater naar de kust wordt
geblazen. U moet zich voorstellen dat de diepere gedeelten nog vaak ijzig koud zijn. De
aanwezige zon in het vroege voorjaar warmt echter op de ondiepere plaatsen en zeker het
oppervlakte water snel op. Door de wind wordt dit opgewarmde water snel naar de kant
“geblazen”. De zeeforel voelt zich hierin al snel thuis. Met andere woorden u moet nu niet te
ver vissen, want dan vist u in het koudere water. Hoe komt dit? Doordat er warm oppervlakte
water naar de kant wordt geblazen zal het koudere water op wat grotere afstand vanzelf naar
boven komen. Waar het warme water weggevoerd wordt, zal dit bijna altijd aangevuld
worden met het water uit diepere lagen en dit is wat kouder.
Wind in de rug wil juist zeggen dat de vis zich verder van de kust vertoeft. De wind blaast het
warmere water (door de zon, zoals hierboven beschreven) nu juist weg van de kust. Hierdoor
maakt het warmere water aan de kant plaats voor het koude water. De zeeforel zal zich
hierdoor ook verder uit de kust begeven. In het koudere water zal ook het voedsel aanbod zeer
schaars zijn. Reden temeer om daar niet te verblijven: koud en geen prooi.

�C;
De lente van 2007

Zomer

De temperatuur van het zeewater stijgt en daarmee ook het aanpassingsvermogen van de
zeeforel aan het zoute water. De zeeforel heeft zelfs geen probleem met oceaanwater met een
zoutgehalte van 35%. Niet het zoutgehalte maar de temperatuur van het zeewater is
belangrijk. Als de temperatuur van het zeewater 20° C of hoger wordt trekt de zeeforel
massaal naar dieper en dus kouder water. Dit gebeurt in juli en geeft aan dat de zomer er
aankomt. In mei en juni kan er nog steeds succesvol op zeeforel gevist worden. Maar dit dient
dan wel ’s nachts te gebeuren in de zogenaamde lichte nachten van Denemarken. Gedurende
de nachten zoekt de zeeforel voedsel dicht onder de kust, omdat het water daar het koudst is
(koelt sterk af gedurende de nacht). Komt de zon weer op en warmt het water dicht onder de
kust weer snel op, dan verdwijnt de zeeforel snel weer naar het diepere en koudere water.
Overdag kan er ook op zeeforel gevist worden op plaatsen waar het hard stroomt en waar het
water dicht onder de kust heel diep is. Vooral bij een aflandige wind is de kans op succes het
grootst. Hierover later meer.
Zeeforel voelt zich heel happy bij een temperatuur van het zeewater van ca. 12°C.
Zoals in de lente al eerder verklaard, is de temperatuur van het zeewater heel belangrijk voor
onze zeeforel. Zagen we in de lente een negatieve invloed van een aflandige wind (wind in de
rug), dan zien we juist een positieve ontwikkeling in de zomer. Door de aflandige wind zal het
warme oppervlakte water weggeblazen worden, waardoor het plaats maakt voor het koelere
water uit de diepere waterlagen. Hierdoor mengt het warmere water zich meer en meer met
het koelere water. Door deze mix voelt de zeeforel zich juist heel goed thuis en verblijft dus
dicht onder de kust. Zeker als dit gedurende de nacht plaatsvindt bestaat er een goede kans dat
men de zeeforel dicht onder de kant vangt. Zeker als het dan ook nog hoog water is en de
nacht zeer helder (maan). Denk zeker bij deze nachten aan het badkuip effect.
Is de wind aanlandig dan behoeft het geen betoog dat de zeeforel zich juist verder van de kant
vertoeft. De wind blaast het warme zeewater nu naar de kust met als gevolg dat het koelere
water zich wat verder uit de kust zich mengt met het warmere oppervlakte water. Het water
moet nu immers de plaats innemen van het warmere zeewater.

Herfst

�C;
De zeeforel is sterk en moddervet. Gereed voor de trek naar de rivieren om te paaien. De trek
zet zich meestal in augustus/september in, als de eerste herfst stormen en de eerste herfst
regenbuien zich aankondigen.
De meeste grote zeeforellen hebben dan het zoute water al verlaten en trekken de rivieren op
om te paaien. Er zijn zelfs zeeforellen die hier in mei en juni al mee beginnen. Dit zijn ook
vaak de grootste en zwaarste zeeforellen.
Vaak bij guur weer zijn de vangsten het best. Als het rustig en zonnig weer is dan is het
moeilijk om zeeforel te vangen. De meeste vissen verzamelen zich ’s nachts en trekken
massaal naar de rivier toe. De zeeforel maakt vaak een stop bij obstakels, die de kustlijn
onderbreken. Met andere woorden dit zijn plaatsen waar u juist uw geluk moet proberen.
Bij een aflandige wind heeft dit absoluut geen invloed op de watertemperatuur. Naar mate de
herfst vordert moeten we steeds meer met de winter rekening houden. Maar zeker in de eerste
helft van de herfst heeft een aflandige wind geen invloed op de water temperatuur. De
zeeforel kan in de herfst overal zitten: dicht onder de kust, maar ook verder uit de kant.

Winter

In de winter zijn het hoofdzakelijk de Groenlanders of de zeeforellen die een jaartje overslaan
met betrekking tot het paaien, die gevangen worden. Zie het als een reserve maatregel van
moeder natuur als er wat zou gebeuren op de rivieren. Deze zeeforellen blijven zich voeden,
al is het voedselaanbod schaars in de winter. Hun honger neemt af met het dalen van de
zeewater temperatuur. Ook het zoutgehalte is belangrijk en zeker in combinatie met de
temperatuur. Als de temperatuur tussen 5 en 15°C gedijt de zeeforel, wat het zoutgehalte ook
moge zijn.
In de winter koelt het oppervlakte water sterk af. Een aflandige wind zorgt ervoor dat het
koude oppervlakte water wordt weggevoerd en dit maakt dan plaats voor het warmere diepere
water. Nu zal de zeeforel zich voornamelijk dichter onder kant ophouden. Bij een aanlandige
wind gebeurt juist het tegenovergestelde. Het koude water wordt naar de kant gestuwd en
hierdoor komt het warmere water naar de oppervlakte, waar het zich met het warmere water
vermengt. Hierdoor zal de zeeforel verder weg te vangen zijn.

3. Vissen met kunstaas
Dit is de meest praktische manier van vissen, omdat u echt een groot gedeelte van het
viswater kunt afvissen: het kunstaas wordt niet alleen horizontaal gevist, maar ook verticaal.
Er zijn vier soorten kunstaas:
Spinners
Lepels
Pluggen
Vliegen

Voeg daar de twisters en jerkbaits nog bij.

Voor de zeeforel houd ik het op de pluggen en heel soms lepels, maar er zullen ongetwijfeld
vissers zijn die alleen maar met de vlieg en/of spinners op de zeeforel vissen. Ieder zijn meug
zullen we maar zeggen.

Waarom een plug?
Het water is in Denemarken veelal kraakhelder: dit is ideaal voor de plug, de zeeforel aast op
zicht, maar zal een mogelijke prooi eerst opmerken door de drukverschillen die dit prooivisje
in het water veroorzaakt. Deze drukverschillen wordt de zeeforel gewaar door de zijlijnen op

�C;
de flanken. Bovendien wordt de zeeforel veelal aan de oppervlakte gevangen. Een plug is hier
uitermate voor geschikt. Men kan de plug langzaam binnen vissen of juist snel. Ik vis graag
aan de westzijde van Langeland met de wind op kop. Als er behoorlijk wat wind staat leert u
de meerwaarde van een plug al snel kennen: men kan onder deze weersomstandigheden de
plug toch goed werpen. Volgens mij is dit noodzakelijk om zeeforel te vangen. Ik geloof niet
zo in het vissen met een aflandige wind in het voorjaar. Belangrijk is dat u met betrekking tot
de vier jaargetijden ook de windrichting in de gaten houdt. Ook met een lepel van metaal is te
werpen, maar het nadeel is dat deze vrij snel binnengevist dient te worden. Met een forse
wind op kop “wacht” de zeeforel net achter de branding op aasvisjes, die in de problemen zijn
geraakt en dus een gemakkelijke prooi vormen.

Door het draaien aan de molenslinger komt het kunstaas naar u toe. We kunnen op
verschillende manieren het kunstaasje binnen draaien: snel of wat langzamer. Bovendien
kunnen we een rukje geven aan de top, zodat het kunstaasje een “huppeltje” maakt en het lijkt
of het visje even wat sneller zwemt. Ziet u een volger, dan kan het stoppen met indraaien,
zodat het aas zakt, een aanval van de zeeforel tot gevolg hebben, maar ook een tikje naar links
of rechts kan de prikkel tot aanbijten zijn. Maar zeker niet langzamer gaan draaien. Hierover
later meer.
Door het juist stil te houden, zakt het kunstaas naar de bodem. Het zakkende kunstaas wordt
door de zeeforel gezien als een naar de bodem vluchtend visje en zal vaak het sein zijn om
aan te vallen. Waarom reageert de zeeforel zo fel op een kunstaasje dat naar de bodem zakt?
Eigenlijk heel eenvoudig: een vis kijkt in een bepaalde hoek naar boven. Het kan niet onder
zichzelf kijken. Vandaar dat de vis, terwijl hij op de bodem aast, altijd met zijn kop schuin
naar beneden beweegt. Simpel omdat hij of zij anders niets ziet. Het zinkend kunstaasje zakt
dus en ontsnapt als het ware aan het gezichtsveld van de zeeforel. En daar kunnen ze niet
tegen. De zeeforel valt juist dan het kunstaasje aan, met alle gevolgen van dien voor de
zeeforel. Als u aan het vissen bent, moet u goed opletten of een zeeforel het aasje volgt.
Hiervoor is een polaroid zonnebril onmisbaar. Het is geweldig om te zien hoe de zeeforel
werkelijk een aanval uitvoert op het kunstaasje: de bek gaat heel ver open en het kunstaas
wordt letterlijk en figuurlijk weg gegrist. Soms zelfs één of twee meter uit de kant, hetgeen
een extra dimensie geeft: u ziet de forel de aanval openen, veel geplons en een geweldige
dreun op de hengel. Als deze groot genoeg is neemt deze tijdens zijn run veel lijn van de
molen af. Zorg ervoor dat de slip goed is afgesteld (we komen hier later nog op terug).
U moet wel heel goed de actie van het kunstaas kennen, om optimaal gebruik te maken van
het horizontale gecombineerd met het verticale binnenvissen van het kunstaas. De actie van
het kunstaas kunt u te weten komen door in glashelder water naar het kunstaas te kijken (denk
aan de polaroid zonnebril), terwijl u het indraait, sneller indraait, rukjes geeft of het kunstaasje
juist stil te houden. Probeer één te worden met het kunstaas. Concentreer u op het prooivisje
dat u met uw kunstaas tracht te imiteren. In principe kunt u met het kunstaas tot op de bodem
gaan. U moet dan echter de stek door en door kennen om te weten waar u eventueel de diepte
moet zoeken: achter een steen etc. Ook de grootste zeeforellen worden gevangen tijdens het
spinnen omdat vaak wat dieper water bereikt kan worden. Pas op bij het waden: vis eerst het
gedeelte kort aan de kant af voor u gaat waden. Vaak zit de forel vlak voor u. Ook opletten:
vaak is er een soort “badkuip” kort aan de kant. Wat verstaan we onder een “badkuip”? Dit is
het diepere gedeelte tussen een zandbank en de kustlijn (zwin). Door de zon wordt dit water
sneller opgewarmd dan de rest. Door de hogere temperatuur voelt de zeeforel zich goed thuis.
Een goed voorbeeld is de vuurtoren van Tranekaer (op het eiland Langeland). Direct voor de
vuurtoren ligt een zandbank op ca. 40 – 50 m uit de kant. Tussen de zandbank en het strand is
het ook niet mogelijk om te waden. Het wordt er al heel snel te diep. Als u naar links loopt
richting Botofte Strand (ca. 2.5 km), ziet u dat de zandbank zich verder uit de kant bevindt.

�C;
Deze bakkuip is verantwoordelijk voor menige zeeforel. In deze badkuip bevindt zich een
mosselbank (ter hoogte van de uitstrekkende landtong bij Botofte Strand) en deze zorgt ervoor
dat veel vis hier naar toe trekt. Niet alleen zeeforel, maar ook platvis en af en toe gul trekken
hier naar toe, terwijl het maar een goede 2.5 tot 3 m diep is. Vaak worden de zeeforellen
minder dan 10 m uit de kant gevangen.
Vooral in het voorjaar warmt het water in de zogenaamde badkuip sneller op. En juist hier
vertoeft de zeeforel graag, want er is immers warm water en vaak is er ook veel voedsel
voorhanden. Als u direct gaat waden bestaat de kans dat u de zeeforellen uit het zwin (formele
naam voor een badkuip) wegjaagt. Als u zo’n zwin gevonden heeft, vis dan ook zeker in de
muien (dwars opening naar zee tussen twee zandbanken in). Hier voelt de zeeforel zich veilig
omdat hij vanuit het zwin direct een vrije doorgang heeft naar de zee. En een zeeforel die zich
veilig waant is gemakkelijker te vangen. Hoe kunt u zo’n zandbank, zwin en mui vinden?
Vooral bij veel aanlandige wind (wind op kop) is dit niet zo moeilijk:
De zandbanken laten zich gemakkelijk vinden omdat de golven op deze zandbank(en) breken,
terwijl de golven in het diepere water gewoon doorlopen. M.a.w. als u twee zandbanken naast
elkaar heeft gevonden weet u ook waar de muien zich bevinden en ook waar het zwin (diepere
gedeelte tussen de zandbank en de kustlijn, in de volksmond badkuip genaamd) zich bevindt.
Ook aan de Zeeuwse kusten is vaak heel goed vissen in de zwinnen en muien. Het diepste
punt is eenvoudig te vinden met behulp van een rollood. Werp dit in op de zandbank (deze is
eenvoudig te vinden) en draai langzaam in. Het loodje rolt als het ware naar beneden, want u
vist zandbank afwaarts. Op een bepaald moment voelt u weerstand, ook dit is heel logisch
want u gaat nu berg op en dat gaat nu eenmaal gepaard met veel weerstand. Ik dwaal even af
naar het kabeljauw vissen. Als u eenmaal zo’n hotspot heeft gevonden en u ligt op de juiste
plaats dan is het niet zo moeilijk om te bepalen wanneer de kabeljauw aast. Als u op de goede
plaats vist zult u bij het indraaien merken dat uw aas (bijvoorbeeld pieren of zagers)
regelmatig aangevreten is. Vaak treft u ook een kale haak aan. Oorzaak hiervoor zijn de
aanwezige garnalen en kleine visjes. U vist immers op een plaats waar de kabeljauw komt
azen en deze komt alleen maar op die plaatsen waar juist die kleine visjes, krabben en
garnalen zitten en echt niet omdat u een haakje met wat zagers of pieren in de aanbieding
heeft. Op een bepaald moment blijft uw aas veel beter aan de haak: de kabeljauw is
gearriveerd, de kleintjes (krabben, garnalen en kleine visjes zijn weg, ondergedoken. Logisch
want anders is de kans heel groot dat deze door de kabeljauw wordt opgegeten. Wat is de
natuur toch mooi en eigenlijk ontzettend simpel. Terug naar de zeeforel, want ook deze
zoeken plaatsen op met aas (zie boven). Mosselbanken zijn een trekpleister voor allerlei
kleine visjes, krabbetjes en garnalen. Maar ook stenen, tangewoud, paalhoofden, wiervelden,
zeegras strekdammen………etc., eigenlijk om steeds weer dezelfde reden beschutting en de
aanwezigheid van prooi. Zelfs staande netten hebben soms een speciale aantrekkingskracht op
de zeeforel. Als we met kunstaas vissen zullen we de zeeforel op moeten zoeken, want ons
aas verraadt dit niet, zoals bij de kabeljauw. Ons aas is dood weet u nog wel?

3.1 Waarom vangen we met kunstaas?
Waarom vangen we vis aan kunstaas? Het antwoord is niet omdat het kunstaas veel lijkt op
een visje of op welke prooi dan ook. Nee , laat u niets wijsmaken. Mooie ogen of fraaie
schubben op kunstaas is allemaal flauwekul. Ik moet hierbij overigens een opmerking maken
ten behoeve van onze vliegvissers. Deze kunstvliegen lijken exact op het diertje dat ze
imiteren. Een ware kunst vind ik dat. Maar ook hier geldt dat het vliegje zo natuur getrouw als
mogelijk op het water landt, de streamer zo natuur getrouw als mogelijk door het water
gevoerd worden. Dit kan alleen als de vliegvisser zijn “vak” verstaat.
Terug naar ons kunst aas. De enigen, die zo’n kunstaasje kan verleiden zijn de sportvissers:
deze betalen immers al die overbodige tierlantijntjes. Zeg nu zelf dat al die prachtige

�C;
kunstaasjes heel verleidelijk naar u kijken als u ze in de winkel ziet hangen. Niemand zal u
het kwalijk nemen als u toch weer een geweldig kunstaasje toevoegt aan uw toch al overvolle
viskoffer. Het is de speciale actie die door de sportvisser aan het kunstaas gegeven wordt. U
en alleen u kunt dit stukje blik of plastic in een levende prooi veranderen voor de zeeforel.
Alleen dan zal u de zeeforel kunnen verleiden tot aanbijten. Leg maar eens een prachtige
imitatie van een visje in het water. Ga de volgende dag maar kijken en het kunstaas ligt er
nog. Leg een dood visje (of een gedeelte van een visje) weg en de volgende dag is deze
waarschijnlijk weg. Naar alle waarschijnlijkheid is het dode visje door een vis opgegeten.
Hier spelen andere factoren een grote rol zoals een geurspoor en niet de actie van het dode
visje. Als wij met kunstaas (dood stuk blik of ander materiaal, geen geur spoor) vis willen
vangen moeten wij, als sportvisser, de vis verleiden tot aanbijten.
Ik moet toch even verwijzen naar een grootmeester in het vissen en het schrijven daarover:
Jan Schreiner (helaas is hij van ons heen gegaan). Ik kan zijn boeken over de diverse
vismethoden, maar ook over materialen iedereen aanbevelen. Ik heb er veel uit gehaald en
proefondervindelijk heb ik zijn stellingen bewezen. 38 Jaar geleden begon ik met het zelf
bouwen van strandhengels, ik weet het nog goed dat ik een paar jaar later mijn eerste Sportex
carbon blanks kocht en zelf afbouwde; Helemaal naar mijn eigen techniek en postuur. Ik heb
veel geëxperimenteerd: meer en minder geleide ogen, groter of kleiner startoog, meer of
minder massa op de hengel (de “pootjes” van de geleide ogen verkorten en afslijpen, de
allerdunste wikkelgarens gebruiken). Dit was evenwel niet mogelijk als ik niet een boek van
Jan had gelezen en begrepen (dit laatste was wel het belangrijkste). Eén verschil hadden we:
Jan koos voor de dril, ik voor de afstand. Met andere woorden ik had een geleide oog minder
dan Jan op de hengel. Mijn reden om een andere mening te hebben dan Jan was wel dat, voor
je kan drillen, je eerst een vis moet haken. Als je de afstand eenvoudigweg niet haalt, zul je
waarschijnlijk niet aan drillen toekomen.
Bovendien is het net of Jan in zijn boeken gewoon aan het vertellen is, hij kan fantastisch
afdwalen naar zijn visavonturen. Nog belangrijker is de kritische blik van Jan op het vissen en
op het materiaal. Je moet er als sportvisser tegen bestand zijn over wat hij schrijft. Durf eens
kritisch te zijn naar uzelf. Als u open staat voor zijn kritische blik, gaan uw prestaties op het
gebied van sportvissen er zeker op vooruit.
Sportvissers zijn over het algemeen heel eigenwijze mensen, denken dat ze alles over het
sportvissen weten. Nu, ik weet wel beter. Ik kan goed mijn visje vangen op het zoute, maar op
zoetwater moet ik nog heel veel leren en zelfs na 45 jaar ervaring leer ik ook nog steeds bij op
het zoute water. Jan schreef letterlijk: als ik sommige beginnende sportvissers met kunstaas
bezig zie is het net of deze een gaatje in de muur willen boren met een blokschaaf. Hengel,
molen, lijn en last but not least het kunstaasje worden helemaal verkeerd gebruikt.
Bijvoorbeeld: een diep duikende plug op nog geen halve meter water, vissen met een spinner
op snoek en de spinner als een sneltrein binnen draaien. Een spinner op snoek moet juist
langzaam binnen gedraaid worden. Het is dan ook niet vreemd dat deze visser niets vangt.
Erger nog deze sportvisser geeft de schuld aan het spinnertje of het weer of er zit helemaal
niks. Een ander voorbeeld is: wat doet u als u een volger achter uw kunstaas ziet? Juist,
langzamer draaien omdat de vis dan meer tijd krijgt om toe te slaan. Fout!!!! Zou Jan zeggen
en gelijk heeft hij. Welk aasvisje gaat langzamer zwemmen als hij achtervolgt wordt door een
zeeforel, die zijn zinnen heeft gezet op hem of haar? Wat zou u zelf doen? Langzamer lopen
of juist wat harder lopen, zeg maar weg rennen van het gevaar? Een juiste reactie kan zijn:
Stoppen met draaien, zodat het kunstaas zinkt en uit het gezichtsveld van de forel verdwijnt,
dit kan uiteraard alleen met zinkende pluggen, drijvende pluggen komen omhoog en dienen
dus wat sneller gevist te worden om weg te duiken.

�C;
Of een rukje naar links of rechts uiteraard of even versnellen. Ik heb geweldig veel respect
voor Jan. Zijn manier van schrijven en zijn kritische blik. Ik denk dat Jan een heel belangrijke
en een grote invloed heeft gehad op de huidige sportvisserij.

Bekijk het eens door de ogen van de zeeforel. Een blinkend iets trekt aan zijn aandacht
voorbij. Voor de zeeforel is dit normaal: alles wat beweegt leeft immers en is geschikt voor
consumptie, vooropgesteld dat de afmetingen kloppen. Dat er levensloze blikken of plastic
dingen met glitters en wat al niet meer, voorzien van gevaarlijke haken, door het water
worden getrokken en schijnbaar tot leven worden gewekt, komt absoluut niet in de gedachte
van de zeeforel op. Hij is een roofvis en zijn instinct laat hem alleen maar automatisch
handelen. De zeeforel spant zich bijna vanzelf en als een pijl uit de boog schiet hij op zijn
prooi af. De zeeforel werd ernstig geprikkeld (instinctief, dit instinct heeft niets te maken of
de vis nu wel of geen honger heeft). Echter, nu ging het anders dan anders en hangt hij aan
stuk blik, voorzien van een scherpe haak, i.p.v. een lekker prooivisje te hebben verschalkt. De
kunst is dus om de zeeforel te prikkelen tot aanbijten, zelfs als deze helemaal geen honger
heeft.
Wat exact hetgeen is waardoor deze vis geprikkeld wordt is op dit moment niet met 100%
zekerheid bekend. Het kan zijn dat het geluid van het stromende water langs de plug deze
prikkel veroorzaakt, maar ook de drukgolven kunnen deze prikkel veroorzaken (deze worden
opgevangen door de zijlijnen van de vis: deze zijlijnen vangen de drukverschillen op).
Kleuren hebben volgens mij heel weinig invloed op de zeeforel. Voedselnijd kan ook een
prikkel geven.
Er is een belangrijk verschil in de keuze van het materiaal waarvan het kunstaas is gemaakt.
Dit kan normaal ijzer, RVS, lood, maar ook kunststof of hout zijn. Vaak hoor ik sportvissers
zeggen dat ze liever met een kunstaasje van 12 gram vissen dan één van 22 gram, omdat dit
rustiger binnen gevist kan worden dan het zwaardere van 22 gram. Dat is juist als men spreekt
over een kunstaasje dat van het zelfde materiaal is vervaardigd en ook dezelfde vorm heeft.
Anders komt er nog een verschijnsel om de hoek kijken: de opwaartse kracht die het
kunstaasje ondervindt van het water. Om het verschil in gewichten te verklaren moeten we de
natuurkundige verschijnselen erbij nemen. Zeker als we de broodnodige juiste actie willen
geven aan het kunstaas zijn de volgende hoofdstukken van het grootste belang. Als u dit goed
snapt begrijpt u wat u met het kunstaasje allemaal kunt doen en hoe u ermee moet vissen.
Later zal ik u vertellen welk kunstaas (voorzien van foto) zeker niet in uw viskoffer mag
ontbreken. Men heeft de maximale zwem snelheid van enkele vissen bepaald. Het zal u
verbazen welke snelheid sommige vissen kunnen behalen. Voor een haring bedraagt de
maximale zwemsnelheid 6 km per uur. Dat is bijna een marstempo van een getrainde soldaat.
Een kabeljauw kan maximaal 8 km per uur zwemmen. De kampioenen zijn echter de makreel
met 10 km per uur en de zeeforel met 12 km per uur (iets meer dan 3.3 m/sec). Dat wil zeggen
dat als je een zeeforel ziet deze in één minuut 200 meter kan afleggen.. Weet u wat dit wil
zeggen? Als u met een molen vist die per slinger slag 71 cm draad opwindt, dan moet u 4.7
keer per seconde de slinger ronddraaien. Probeer maar eens. Dan heb ik het nog niet gehad
over de explosieve snelheid, die een zeeforel kan ontwikkelen, als hij een prooi heeft gezien
en wil belagen. Een ander belangrijk aspect is het geluid. Zoals u weet plant het geluid in de
lucht zich voort met 360 m/sec.. Onder water is dit anders: hier plant het geluid zich 4 keer zo
snel voort. D.w.z. bijna 1500 m/sec. het is dus heel belangrijk om stil te zijn aan de waterkant.
Het neerkomen van het kunstaas in het water moet een springend visje imiteren. Als de vis,
die 50 m verderop zwemt aangetrokken is, kan hij binnen 17 seconden uw kunstaasje
gevonden hebben. Een zeeforel die slechts 25 m verderop zwemt kan binnen 7.5 seconde uw
kunstaasje belagen. Normaal zal de zeeforel niet de maximale snelheid zwemmen, dus het zal
iets langer duren.

�C;
3.1 Soortelijke massa en opwaartse kracht.
Elk materiaal heeft een soortelijk gewicht (natuurkundig gezegd soortelijke massa): aantal
kg/m³. Bijvoorbeeld water heeft een soortelijke massa van 1000 kg/m³ of anders gezegd 1 liter
water weegt 1 kg. Lood heeft een soortelijke massa van 11300 kg/m³ of anders gezegd 1 liter
lood weegt 11,3 kg. Waarom zinkt lood? Het antwoord is simpel: omdat lood een soortelijke
massa heeft die groter is dan die van water( lood 11.3 ton/m³ tegenover 1 ton/m³ van water).
IJzer heeft een soortelijke massa van 7900 kg/m³ of anders gezegd 1 liter ijzer weegt 7,9 kg
Een kunstaasje van lood met een gewicht van 15 gram zal sneller zinken dan een kunstaasje
van ijzer van 15 gram. Het volume van het ijzeren kunstaasje is namelijk bijna de helft groter
dan dat van het loden kunstaasje. In de volgende paragraaf volgt de verklaring. Vergelijken
we ijzer en lood nog eens:
De soortelijke massa van ijzer is kleiner (lager) dan die van lood. Dit wil zeggen dat een
stukje ijzer in vloeibaar lood blijft drijven.
We weten dat kunstaasjes drijven, zweven of zinken. Wat wil dit zeggen?
Drijven: de soortelijke massa van dit materiaal is kleiner dan die van water, bijvoorbeeld balsa
hout.
Zweven: de soortelijke massa is gelijk aan die van water.
Zinken: de soortelijke massa is groter dan die van water, bijvoorbeeld metaal.
Er is echter natuurkundig nog een verschijnsel belangrijk en dat is de opwaartse kracht. Als u
in een zwembad een plastic bal wilt onder duwen voelt u dat de bal naar boven wil komen. Dit
noemt men de opwaartse kracht uitgeoefend door het water op de bal. Ook een loodje heeft
een opwaartse kracht. Als u een loodje weegt onder water (aan een draadje bevestigd aan een
unster, boven water) zult u zien dat deze minder weegt dan boven water. Deze
gewichtsafname wordt veroorzaakt door deze opwaartse kracht. Voor de natuurkundigen
onder ons is dit de wet van Archimedes.

3.2 De wet van Archimedes
Een voorwerp geheel of gedeeltelijk ondergedompeld in een vloeistof, ondervindt een
opwaartse kracht, die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste vloeistof. Hoe meer
vloeistof er wordt verplaatst, hoe meer opwaartse kracht er ontstaat. Maar ook hoe hoger de
soortelijke massa is van de vloeistof, waarin het voorwerp wordt ondergedompeld, hoe hoger
de opwaartse kracht. Even terug naar het voorbeeld met het kunstaas van ijzer en lood met
exact hetzelfde gewicht van 15 gram. Het ijzeren kunstaasje heeft een groter volume dan het
loden kunstaasje. Het ijzeren kunstaasje is 1.9 cm³ in volume en het loden kunstaasje is
aanmerkelijk kleiner met 1.33 cm³, terwijl beide kunstaasjes exact hetzelfde gewicht hebben.
Wat zegt de stelling van Archimedes: de opwaartse kracht is gelijk aan het gewicht van de
verplaatste vloeistof. Met andere woorden het loden kunstaasje verplaatst 1.33 cm³ water. 1
liter water weegt 1 kg, dus 1.33 cm³ water weegt 1,33 gram. Hieruit volgt dat het loden
kustaasje onder water nog 15 – 1.33 gram = 13.67 gram weegt.
Het ijzeren kunstaasje heeft een volume van 1.9 cm³. Deze verplaatst dus 1.9 cm³ water = 1.9
gram. Het ijzeren kunstaasje weegt dus onder water 15 – 1.9 gram = 13.1 gram. Het loden
kunstaasje weegt dus onder water 0.57 gram meer dan het ijzeren kunstaasje en zinkt dus
sneller. Let op de weerstand heb ik in deze vergelijking niet mee genomen. Het moge
duidelijk zijn dat grotere en vooral aan de buitenzijde ruwe volumina, een grotere weerstand
ondervinden tijdens het zinken.
Bij drijvende voorwerpen is de opwaartse kracht groter dan het gewicht. Indien het voorwerp
niet zinkt of blijft drijven (zweven) is de opwaartse kracht gelijk aan het gewicht van de
verplaatste vloeistof. 1 kg veren is even zwaar als 1 kg lood. De veren blijven drijven, het
lood niet. Dat heeft alles te maken met de opwaartse druk. Bedenk hoeveel veren u moet

�C;
hebben om aan één kg te geraken. Welnu probeer deze kg veren maar eens onder water te
drukken. Dat valt tegen hè. Dat komt door de opwaartse druk. Het volume van 1 kg veren is
zo groot dat het gewicht van het verplaatste water gemakkelijk 100 kg of meer is. Onder water
wegen veren dus niets.
Concreet naar de praktijk:
Zoals eerder gezegd heeft (zuiver) water een soortelijke massa van 1000kg/m³ Dit wil zeggen
dat 1000 liter water 1000 kg weegt. We nemen als voorbeeld lood met een soortelijke massa
van 11300kg/m³ Een kunstaasje van 11,3 gram heeft een volume van 1 cm³. Dat wil zeggen
dat de opwaartse kracht gelijk is aan 1 gram (het gewicht van 1 cm³ verplaatste vloeistof, in
dit geval zuiver water). Het kunstaasje weegt onder water nog slechts 10.3 gram (11.3 – 1
gram).
Een ander reken voorbeeld:
Neemt men een ijzeren kunstaasje van 11,3 gram dan verplaatst deze 1.64 gram water. Het
volume van het kunstaasje is 1.64 cm³. M.a.w. het ijzeren kunstaasje weegt onder water
slechts 11,3 – 1,64 gram = 9,66 gram.
Neemt men nu een kunstaasje van kunststof van 11,3 gram, dan zal dit kunstaasje een
opwaartse kracht ondervinden van ongeveer 3 gram, veelal wordt het kunststof kunstaasje
verzwaard. Het volume van het kunstaasje vervaardigd uit kunststof is groter dan van een
kunstaasje vervaardigd van ijzer. Ons kunstaasje weegt nu slechts 11,3 – 3 = 8,3 gram (onder
water). Dit verschil wordt in zeewater groter omdat de soortelijke massa van zeewater groter
is dan 1000 kg/m³. M.a.w. het gewicht van het verplaatste water is groter en dus ook de
opwaartse kracht van het kunstaasje.
Uit het bovenstaande blijkt dat het materiaal waaruit het kunstaas is gemaakt heel belangrijk
is. U kunt heerlijk spelen met de grootte en het gewicht van het kunstaas. Boven water
(belangrijk is het werpgewicht en de vorm van het kunstaas), maar ook onder water (ook hier
is de vorm, het gewicht onder water en de grootte van het kunstaas belangrijk voor de actie:
snel zinkend of juist langzaam zinkend).
Een bal lood met een volume van 1 liter heeft exact dezelfde opwaartse kracht als een bal van
kunststof van ook een liter. De opwaartse kracht bij een kunststof bal heeft verhoudingsgewijs
veel meer invloed op het gewicht onder water dan bij lood. De bal van lood hoeft u niet onder
te duwen, deze zinkt vanzelf. Een kunstaasje van kunststof met een gewicht van 22 gram
weegt onder water ca. 16 gram, hetgeen overeenkomt met een kunstaasje van lood met een
gewicht van net geen 18 gram. Met andere woorden een werpgewicht van 22 gram gooit (als
we de weerstand vergeten) net zo ver als deze van lood of kunststof is vervaardigd. Maar de
beide kunstaasjes gedragen zich in het water totaal anders. Ook de grootte is verschillend.
Maw u kunt hiermee op diverse verschillende manieren mee vissen. Kunststof kunstaasjes
kunnen veel rustiger gevist worden, hetgeen zeker in de winter maar ook in de vroege lente
een groot voordeel kan zijn. U kunt dus dieper of juist ondieper vissen met hetzelfde
werpgewicht door de goede materiaalsoort te kiezen. Koper heeft een soortelijke massa van
8900 kg/m³ Koper is dus zwaarder dan ijzer, maar lichter dan lood.
Wat is het voordeel van deze wetenschap? Als u een werphengel heeft met een ideaal
werpgewicht van bijvoorbeeld 18 gram, kunt door de keuze van het materiaal van het
kunstaas bepalen hoe snel het aas naar de bodem zakt. Let wel op: ook de dikte van de draad
speelt een rol. Probeer maar eens een loodje van 10 gram aan een lijn van 0,50 mm op een
diepte van 100 m waar het heel zwak stroomt, de bodem te laten raken. Dit lukt niet. Door de
stroomdruk op de lijn wordt deze meegevoerd en zeker zodra u geen lijn meer geeft komt het
loodje los van de grond omdat de druk op de lijn te groot is. Maar ik denk dat het loodje nooit
de grond zal raken.. Hetzelfde loodje aan een lijntje 100 keer dunner dan een spinnenrag zal
de bodem wel halen.

�C;
Proefondervindelijk vastgesteld.

Filur koperkleurig van 12 gram weegt onder water 10 gram
Imitatie Spöket van 15 gram weegt onder water 9 gram
Rappen van 16 gram weegt onder water 9 gram
Kinetic van 18 gram weegt onder water 9 gram
Spöket van 18 gram weegt onder water 12 gram
Hansen 80 van 20 gram weegt onder water 11 gram
Ron Thompson Nirvahna van 22 gram weegt onder water 16 gram

Methode is gebaseerd op de waterverplaatsing van de plug. Hiermee kunnen we de opwaartse
kracht van het water op het kunstaasje bepalen. Ik heb de waterverplaatsing na het
onderdompelen in ml opgemeten. Ik ben gestart met een maatbeker met water te vullen.
Daarna heb ik de plug ondergedompeld en het verschil in niveaus is de waterverplaatsing in
ml. Elke ml water weegt ongeveer 1 gram. Hoe zouter en/of vuiler het water is, hoe zwaarder
dit water is en dus ook de opwaartse kracht op het kunstaasje toeneemt. De Filur van 12 gram
had een water verplaatsing van 2 ml, wat overeenkomt met 2 gram, dus de opwaartse kracht is
2 gram en de Filur weegt onder water dus 12 – 2 = 10 gram.
De imitatie Spöket had een waterverplaatsing van 6 ml = 6 gram, dus deze plug weegt onder
water 9 gram.
De Kinetic van 18 gram heeft een waterverplaatsing van zelfs 9 ml = 9 gram en weegt dus
onder water slechts 9 gram.
U ziet dat de Kinetic de grootste opwaartse kracht ondervindt van 9 gram. Dat wil zeggen dat
de Kinetic van 18 gram dus rustiger gevist kan worden dan de Filur van 12 gram.

Let op: ook de weerstand van het water op de plug heeft uiteraard een invloed op de zink
snelheid van het kunstaas. Hier is in deze proef uiteraard geen rekening mee gehouden.
De proef is niet uitgevoerd met een zeer nauwkeurige maatbeker, m.a.w. het is bij benadering
juist.

Samenvatting:
1 kg lood weegt onder water minder dan één kg.
1 kg ijzer weegt onder water nog minder dan één kg lood, omdat 1 kg ijzer een groter volume
heeft dan 1 kg lood. Hierdoor heeft 1 kg ijzer een grotere opwaartse kracht dan 1 kg lood en
weegt dus onder water nog minder dan 1 kg lood. Wat leren we hieruit? Als we een plug
hebben van kunststof met een exact gelijke vorm en grootte, maar van een verschillend
gewicht kunnen we met hetzelfde kunstaas toch op verschillend manieren vissen. Neem
bijvoorbeeld 2 qua vorm en grootte exact dezelfde pluggen, maar één van 10 gram en één van
18 gram. De 18 grams uitvoering kunnen we sneller en dus agressiever binnen vissen dan de
10 grams, omdat deze sneller zinkt en dus minder snel boven water getrokken wordt. M.a.w.
deze komt minder snel naar de oppervlakte en kan en moet dus sneller binnen gevist worden,
anders kan deze vastlopen op de bodem.

Vergelijk de volgende pluggen eens met elkaar:

�C;
Hierboven ziet u een aantal kustpluggen van Falkfish en wel de Spöket.
Deze pluggen zijn verkrijgbaar in een 10 grams uitvoering maar ook in een 18 grams
uitvoering, terwijl ze exact dezelfde vorm en grootte hebben. Als u het bovenstaande
technische stuk goed in u opgenomen heeft, zult u begrijpen dat u met 2 identieke pluggen,
maar met een verschil in gewicht, op een totaal andere manier kunt vissen.


10 grams plug:
Gooit minder ver (meer wind weerstand)


�C;
Zinkt minder snel. De opwaartse kracht is gelijk aan 6 gram, m.a.w. het gewicht onder water
is slechts 4 gram.
Omdat deze langzamer gevist kan worden, is deze uitermate geschikt om in de winter te
gebruiken: de vis is niet zo snel als in de lente, zomer en herfst.
Kan gebruikt worden in wat ruwer water, omdat er nu niet agressief binnen gevist hoeft te
worden. Door het ruwe water moet de vis toch al sneller reageren.


18 grams plug
Gooit verder
Zinkt sneller, want deze plug weegt onder water 12 gram. Als men stopt met draaien zal deze
plug sneller zinken dan de 10 grammer. Dit kan het verschil zijn in vangen en niet vangen.
Sneller binnen vissen
Gebruik in rustig water, want er kan (lees moet) agressief gevist worden. De vis moet snel
reageren. Zeer geschikt om tegen een zuidwester in te werpen. Hier spreek ik mijzelf tegen: in
rustig water kan hier mee agressiever gevist worden, terwijl een forse zuidwester op kop als
manier van vissen juist een rustigere vraagt. Beide verklaringen zijn juist, maar probeer eens
een plug van 10 gram tegen een zuid wester op kop te gooien. Een 18 grammer of nog beter
een 22 grammer lukt beter. Bovendien geraken deze op de visrijke stekken en de 10 grammer
naar alle waarschijnlijkheid niet. En we willen toch een zeeforel vangen? Maar met
bovengenoemde wetenschap gaat het u lukken om een plug te vinden die weinig
luchtweerstand heeft en toch wat rustiger gevist kan worden. Dat wil niet zeggen dat de
zeeforel alleen maar rustiger binnen gedraaid kunstaas zal pakken. Een hogere snelheid zal
zeker vis opleveren, maar bedenkt u zich dat uw aasje in het water moet bewegen, wil u vis
vangen. Inwerpen, uit het water halen, aanleggen en weer opnieuw inwerpen kost vis tijd.
Kostbare vistijd.
Bedenk dus dat hoe onrustiger het water hoe minder tijd de zeeforel krijgt om een visje te
pakken.
Bij mij zitten in de viskoffer kunstaasjes van dezelfde grootte en vorm, maar met een
verschillend gewicht:
Wobblers van Falkfish: Spöket 10 en 18 gram.
Wobblers van Ron Thompson: Nirvahna 18 of 22 gram


Tot slot wil ik nog vermelden dat de dreggen, die aan de pluggen, lepels etc. bevestigd zijn,
vlijmscherp dienen te zijn. Ook hier zijn diverse soorten en maten te koop. Ik kies bewust
voor Gamakatsu Treble 13NS, deze zijn lichter dan de iets goedkopere en dit komt de actie
van de plug ten goede. Een hakenslijper is onmisbaar aan de waterkant. U zult minder
zeeforellen verspelen als u met scherpe haken vist.


Let u er ook op dat het bevestigingsoogje aan de voorzijde van de plug recht is? Als deze wat
naar links of wat naar rechts gebogen is, zal de plug een onnatuurlijk “loop” door het water
maken. U kunt dit bevestigingsoogje met een tangetje weer rechten. Wel handig als u het
tangetje mee naar de waterkant neemt.


Vaak zie je bij sommige sportvissers dat het kunstaas bij elkaar in één doosje zit. Vaak ziet
het er ook nogal roestig uit. Logisch want nadat er met een plug is gevist wordt deze (nat) in
het doosje opgeborgen. Heerlijk zo kunnen alle dreggen roesten. Beter is de natte pluggen
apart te houden tot deze droog zijn en beter is dat de pluggen min of meer per stuk apart in
een kunstaas doos of koffer bewaard worden. Anders gaat het ieder jaar onnodig veel geld
kosten om al de dreggen te verwisselen door nieuwe.


�C;
3.3 Soorten kunstaas voor de zeeforel:
White Boss lepel 12 – 15 gram een voor de zeeforel onvoorspelbaar kunstaas
Blauwe of rode wobbler
Toby 10 gram zilver geel-of rood koper
Filur 8 – 20 gram: zilver, messing of koper (al of niet met een rode lijn op de rug).
Trumf 8 – 15 gram: zilver groen en zilver blauw
Pilkers van Ertner
Wobblers van Falkfish: Spöket 10 en 18 gram
Wobblers van Ron Thompson: Nirvahna 12, 18 of 22 gram

Blinkers die op tobiasvissen lijken bijv.:
Toby slim van 15 gram
Jensen Tobis en Flipper van 15 – 20 gram

Blinkers die op spiering lijken
Smelt 10 – 12 gram
Abu Tobylepel van 10 – 12 gram
Blinkers van Jensen Seatrout

In de winter zijn de wobblers zeer geschikt:
Fyns Kyst wobbler in rood en geel van 15 gram
Jensen Lax van 15 gram
Unika van 15 gram
Spöket van Falkfish:


De zeeforel is niet, zoals de sportvisser, gevoelig voor kleuren en vormen. Als de zeeforel zin
heeft om te bijten, is bijna alles bruikbaar. Voor de sportvisser is het heel belangrijk om te
vissen met kunstaas waarin hij gelooft. Dit is nodig om geconcentreerd te vissen en zodoende
de vangst gunstig te beïnvloeden. Er wordt beweerd dat in troebele wateren met zilverkleurig
kunstaas gevist moet worden en in helder water met er met koperkleurige gevist worden.
Anderen spreken dit weer tegen. Zo ook een tegenstelling bij helder, zonnig en onbewolkt
weer: koperkleurig en bij wat donker weer juist zilverkleurige. Anderen spreken ook dit juist
weer tegen. Dit geheim weet alleen de zeeforel, maar ga zelfs eens kijken aan de waterkant als
daar voorntjes etc wegschieten, volgens mij zie je dan echt zilver wegschieten, terwijl op een
wat donkere dag juist wat goudkleurig is wat wegschiet. Mijn mening is dus: helder, zonnig

�C;
weer zilverkleurig kunstaas en hoe donkerder weer hoe koperkleuriger het kunstaas wordt.
Maar ik kan er zeker mee leven als u er anders overdenkt. Neem van mij aan het is heel
belangrijk dat u een kunstaas en een kleur kiest, waar u zelf in gelooft. Let wel op de juiste
afmetingen van het kunstaas. Deze moeten wel in verhouding zijn. In Denemarken zijn de
hengelsport winkels goed uitgerust en de vriendelijke Denen zullen u met liefde en plezier de
nodige adviezen geven. In Denemarken is de sterke drank verschrikkelijk duur. Als u van een
Deen wat meer gedaan wilt krijgen, wil een borreltje: whisky, jenever of cognac vaak wel
helpen. Nederlanders en Belgen zijn graag gezien en zelfs een lokale visclub wilt u (vaak
belangeloos) verder helpen. Hieronder vindt u als voorbeeld 2 afbeeldingen van goed
kunstaas voor de zeeforel. Dit zijn uiteraard niet de enige.


Jensen Seatrout (zeeforel), verkrijgbaar van 15 – 22 gram

 

Jensen Tobis, verkrijgbaar van 12 – 25 gram


�C;
Het voordeel van kunstof wobblers is dat men deze vaak wat verder in kan werpen. Het
grootste voordeel van de wobblers is, dat men deze (vanwege het lage soortelijke gewicht)
langzamer kan binnen vissen. Zeker in de winter, als de zeeforel wat trager is, kan dit een
belangrijk voordeel zijn.

Maar ook in de zomer hebben deze wobblers een heel belangrijk voordeel: men kan deze op
vele manieren binnen vissen. Ik zal de belangrijkste 2 vermelden:

Imitatie van een vluchtend visje: snel binnen draaien 2 a 3 seconden en dan 1 seconde stil
houden. Het kunstaasje zakt naar de bodem alsof het vluchtende visje (hoge snelheid) naar de
bodem duikt. Vaak is het moment van stilhouden (dus niet meer draaien) het moment voor de
zeeforel om het kunstaas te pakken. Deze methode kan uiteraard aangepast worden. Zeker als
u de stek goed kent en weet waar bijvoorbeeld een diepere put ligt of juist een ondiepere plek.
Het is dan de kunst op deze plaatsen de wobbler af te laten zinken.

Een andere manier is om de wobbler af en toe even aan de oppervlakte te laten verschijnen:
springend en/of vluchtend visje. Dit trekt vast en zeker de forel zijn aandacht. Mijn zoon heeft
een zeeforel gehaakt direct nadat de wobbler het water raakte. De beugel van de molen was
nog niet teruggeklapt of de zeeforel pakte het kunstaasje al.

Zeker moet men bij volgers heel vindingrijk zijn om de zeeforel alsnog tot aanbijten te
verleiden. Een volger is een zeeforel die het kunstaas achterna zwemt. Dit kan zelfs tot het
moment dat u het kunstaas uit het water tilt. Let op dit kan ook het moment zijn dat de
zeeforel alsnog het kunstaas pakt. De zeeforel kan er zelfs voor uit het water springen. Tijdens
één van mijn sessies in de zomer op baars, heb ik meegemaakt dat de baars echt boven water
uitkwam om alsnog het kunstaas te pakken.


Samenvatting:

Zorg dat u een aantal kunststof wobblers meeneemt, maar ook een aantal metalen. Het metaal
moet sneller gevist worden, anders vist u op de bodem. Omdat u sneller moet vissen heeft de
zeeforel “minder tijd om na te denken”. Vooral op zonnige dagen met weinig of geen wind
kan dit het verschil maken tussen wel of niet vangen. U ziet vaak op deze dagen veel volgers
als u te rustig vist. Denk aan de voedselnijd. Buit dit uit. Als de zeeforel volgt en een andere
zeeforel ziet dit, is de kans zeer groot dat de tweede uw aas weggrist. Ook zorgen voor
dezelfde soort en grootte kunststoffen wobblers, maar van een verschillend gewicht. U kunt
dan zelf de snelheid van het spinvissen bepalen. Een wobbler van 6 cm en een gewicht van 22
gram moet wat sneller gevist worden dan een wobbler van 6 cm met een gewicht van 18
gram. Om volgers alsnog uw kunstaasje te laten pakken moet u proberen kunstaas te
gebruiken die onvoorspelbaar zijn qua richting. Een goed voorbeeld is de white boss van 16
gram.

3.4 Vissen met een (geep) dobber
Ook op ongeveer dezelfde manier als het geepvissen, kun je de zeeforel succesvol belagen.
Uiteraard moet u wel op de juiste plek zijn. De stekken zijn hierboven beschreven. Hoe gaat
dit te werk? Een lijntje aan de dobber van ca. 1.5 tot 2 meter (afhankelijk van de lengte van de
hengel) voorzien van een haakje 4 of 6, met daaraan een levendige zager is voldoende. De
zager door de kop prikken. Als het wat stroomt kunt deze op het stroomnaadje inwerpen en
rustig mee laten dobberen tot deze uit de stroom weer naar de kant drijft. Langzaam indraaien
om de zeeforel te verleiden en weer opnieuw inwerpen. Zorg ervoor dat de zager aan de haak
lekker verleidelijk wappert. Het slijpen van het haakje is een must. Haakje van mustad round
beak voldoen prima. Het voordeel van dit haakje is dat deze 2 extra weerhaakjes op de steel

�C;
heeft, waardoor de zager beter op de haak blijft zitten. Maar iedereen heeft zo zijn voorkeur
voor een bepaalde haaksoort uiteraard. Een licht dobbertje is te prefereren boven een zware.
De Denen vissen ook veel met een zinkende bombarda dobber, zodat ze deze wat dieper
kunnen binnenvissen. Deze zijn ook drijvend of zwevend verkrijgbaar.
Aan de dobber kunt u ook met vliegen, streamers enz; vissen, alsof u aan het vliegvissen bent.


4. Materiaal
4.1 De hengel
Voor de visser is het gewicht van de hengel heel belangrijk. Tenslotte sta je er de hele dag
mee in je hand. Niet alleen het gewicht maar ook de lengte, balans en de lengte van het
gedeelte tussen de werpmolen en het uiteinde van de hengel zijn heel belangrijk. Vaak
bepalen deze al dan niet het genot om er mee te vissen. Een korte grip vist heel anders dan een
lange grip. Een kortere is wendbaarder. Ik denk dat dit een kwestie is van smaak. Mijn zoon
heeft dezelfde hengels als ik en hij prefereert de langere grip, terwijl ik het prettiger vissen
vind met een korte grip.
De hengel is de verlenging tussen visser en vis. Je moet er, juist daar mee inwerpen, waar de
vis zit. Zodra de vis aanbijt moet je er de haak mee kunnen zetten en hierna moet de vis ook
nog goed gedrild worden, zodat deze uiteindelijk geland kan worden.
Voor de hengel zijn dit totaal verschillende eigenschappen. Voor het registreren van een
aanbeet, maar ook om de actie van het kunstaasje te voelen, heeft u een snelle hengel nodig. U
moet goed kunnen aanvoelen of de zeeforel het kunstaasje aantikt of dat er vuil gepakt wordt.
Voor het vissen op andere roofvissen moet u bijvoorbeeld het aantikken van de bodem goed
registreren.
Voor het drillen van een vis is het beter om een zachte hengel te nemen: de kans dat de haak
in de bek van de vis uitscheurt is een stuk kleiner, omdat een zachte hengel de klappen beter
opvangt. Ook het inwerpen gaat met een zachte hengel preciezer omdat u meer tijd heeft om
gedurende de worp nog bij te sturen.
Wat voor een soort hengel ik zou adviseren?
Als u vanaf de kant vist zou ik zeggen, neem een spinhengel van 9 – 9.5 ft (2.70 m – 2.85 m)
met een werpgewicht van minimaal ca. 15 gram. Dit komt ongeveer overeen met hengels
geschikt voor een lijndikte met een trekkracht van 3.750 kg = trekkracht van 8.5 pound (lbs)
Als men een hengel met een werpgewicht van 20 gram heeft, moet men een lijn diameter van
ongeveer 0.24 of 0.25 mm gebruiken (ca. 11.2 pound trekkracht). Ik heb het hier niet over
gevlochten lijn maar over het normale nylon. Let op dit is een vuistregel. Elke hengel heeft zo
zijn maximale trekkracht. Bij de goede hengels staat dit vermeld, de goede winkelier kan
hierin adviseren. Bij een heel strakke hengel wat dikkere lijn gebruiken.
Gebruik een hengel met een progressieve buiging, een snelle actie en voldoende body (massa)
om de haak te zetten, maar ook om de gewenste afstand te kunnen werpen. Men moet een
zeeforel van een pond of 8 -10 kunnen drillen. Hij moet echter ook niet te hard (te strak)
zijn. De kaak van de vis kan dan scheuren, zodat u de vis alsnog verliest. Een progressieve
hengel verdeelt de kracht tijdens het drillen optimaal en kan de klappen (van bijvoorbeeld een
regenboog forel) heel goed opvangen. Zeker als de zeeforel bijna op het droge is en deze op
het laatste moment nog een vluchtpoging richting zee inzet worden deze vaak verspeeld.
Doordat de hoofdlijn kort is, omdat de vis bijna binnen is, kan men niet meer optimaal
gebruik maken van de rek van het nylon (let op: gevlochten lijn heeft geen rek). De hengel en
de slip van de molen moeten deze run geheel opvangen.
De lengte van de hengel is ook afhankelijk van de visser en zijn methoden. Probeer maar eens
een vis in het schepnet te krijgen met een hengel van 4 meter. De hengel moet bijna rechtop

�C;
gehouden worden om de vis in het net te krijgen. Wat nu als de vis een laatste run neemt? U
kunt dit niet meer opvangen. In het gunstigste geval breekt de lijn. Omdat de hengel rechtop
gehouden wordt, komt alle kracht op het topje, want dit is het enige gedeelte wat nog kan
buigen. De vis bevindt zich immers bijna loodrecht onder de top van de hengel. Ook de slip
zal door de weerstand van de lijn op de geleide ogen niet of nauwelijks werken.
Als de zeeforel uitgedrild is kan men het beste de hengel zijwaarts bewegen en de vis zo
boven het net brengen of de vis eenvoudig op het strand landen. Let op NIET TILLEN en
houdt de vis altijd voor u. Als deze naar u toekomt, loopt u achteruit de kant op. Waarom is
dit belangrijk? Eén van mijn visvrienden heeft het meegemaakt dat een grote zeeforel door
zijn benen schoot (dit zou een filmpje kunnen zijn voor zo’n home video programma), met als
gevolg een gebroken hengel. Als u de vis voor u houdt en neemt de vis dan alsnog de vinnen,
vangen hengel en slip deze run goed op. Bij de hengel in verticale stand is de weerstand van
de gevlochten lijn op de geleide ogen zo groot dat de slip niet of in ieder geval onvoldoende
werkt. Alleen het topje vangt de klappen op en niet de gehele hengel. Hier is een juiste
krachtsdistributie (waarover later meer) zoek.
Het aanschaffen van een hengel is nog niet zo eenvoudig: er moeten keuzes gemaakt worden.
Ten eerste u zult moeten afwegen wil ik ver gooien, wil ik met de hengel een hele dag in de
hand staan of wil ik er optimaal mee kunnen drillen. Een hengel waar je ver mee wilt gooien
heeft een bepaalde massa nodig om een grote afstand te halen. Tevens is het optimale
werpgewicht van groot belang. Maar dat is veelal geen hengel waar je een hele dag mee in je
hand staat omdat deze te zwaar is. Een heel lichte hengel sta je wel weer een hele dag mee in
de hand maar daar werp je weer wat minder ver mee. Een moeilijke beslissing: haal je de
afstand niet, dan vang je niets en valt er zeker niets te drillen. Maar als je de hengel niet meer
vast kunt houden kun je ook niet vissen (lees werpen). Dan valt er niet meer te werpen en dus
ook niets meer te drillen. Goede spinhengels zijn o.a.: Shimano, Scierra, Fennwick. Maar ook
op deze hengels ziet u als ideaal werpgewicht meerdere gewichten vermeld. U kunt voor het
ideale werpgewicht meestal het maximale werpgewicht hanteren. Dus als er staat 10 – 22
gram, kunt u als vuistregel hanteren dat het meest ideale werpgewicht 22 gram is. Natuurlijk
kunt u er iets zwaardere kunstaasjes mee inwerpen, soms werpt u er zelfs verder mee. Kwestie
van smaak en per persoon tot persoon verschillend. Soms is de actie van het kunstaasje zo
groot dat het niet prettig binnen te vissen is met een hengel met het daarvoor bestemde
werpgewicht (bij het vissen met spinners kan dit voorkomen, omdat hier de grootte van het
ronddraaiende blad een belangrijke rol meespeelt). Dan is het raadzaam om een hengel met
een groter werpgewicht te kiezen. Andersom kan natuurlijk ook. Beslis eerst wat u wilt gaan
doen en koop dan pas een hengel, die geschikt is om datgene te doen wat u wilt. Wilt u echt
gaan spinnen, dan heeft u een hengel nodig die het gewicht van de spinner weg kan zetten
(dus moet u het werpgewicht weten), maar ook moet registreren of het spinnertje draait, of
deze vuil heeft gepakt, maar ook of de vis hem pakt (waardoor het spinnertje uiteraard ook
niet meer draait). Denk dan ook aan de bladgrootte van de spinner.

4.2 Even wat hengel wiskunde.
We hebben het nu al een paar keer over de actie van een hengel gehad. Wat betekent “actie”
eigenlijk?
Actie wil zeggen met welke snelheid keert de hengel vanuit gebogen stand terug in zijn
oorspronkelijke stand. Met andere woorden een hengel heeft een snelle actie of een trage
actie. (Een voorbeeld van een snelle hengel is bijvoorbeeld een snoekbaars hengel, terwijl een
voorbeeld van een hengel met een trage actie een brasemhengel is). Dit is de veerkracht van
de hengel. Deze veerkracht geeft het kunstaas (dit is dus het werpgewicht) de vereiste
snelheid om een bepaalde afstand te overbruggen. Maar niet alleen de snelheid is belangrijk.

�C;
Ook de buiging van de hengel en de massa ( het eigen gewicht van de hengel, inclusief
geleide ogen) hebben een heel grote invloed. Tevens is ook de visser heel belangrijk. Een
simpel voorbeeld is de kop van jut. De massa is er in de vorm van de hamer. De veerkracht
moet aanwezig zijn: de rug van de man met de hamer in samenspraak met de polsbeweging.
Vaak zie je dat de veerkracht niet goed in elkaar steekt en dat de man de hamerbeweging als
het ware tegenhoudt: de man kan de hamerslag niet volgen en gebruikt zijn kracht juist om de
hamer (onbewust) tegen te houden. De hamer dient gevolgd te worden door de pols mee te
laten draaien. Als alles in goede combinatie met elkaar is zal de kop van jut zeker “bellen”.
De massa (hamer) en de buigkracht (pols) en de aanvangssnelheid (aanloop van de hamer)
moeten in verhouding zijn. Veelal wordt geprobeerd met brute kracht de kop van jut te
bereiken, maar juist deze brute kracht werkt dit tegen en het resultaat is niet gewenste. Deze
brute kracht kan de massa van de hamer niet compenseren. Je moet als het ware met je
lichaam de (snelheid van de) hamer proberen te volgen. Dit is ook zo met het vissen. Je moet
de hengel het werk laten doen: zo ver mogelijk laten buigen en de veerkracht (de actie) van de
hengel doet de rest. Het nawijzen (het volgen van het werpgewicht) is heel belangrijk. Een
snelle actie (terugbuigen in de oorspronkelijke stand), gecombineerd met een hoge aanvang
snelheid (door de sportvisser) en de juiste massa zorgen dan voor de gewenste afstand. Hengel
en sportvisser moeten in verhouding zijn. Neem het even heel extreem: een hengel van 10 m.
Massa genoeg en stel dat deze hengel een geweldige actie zou hebben (razend snel) en ook
nog een progressieve buiging heeft. Ik weet zeker dat u hier niet mee kunt werpen. Heel
eenvoudig omdat u de benodigde aanvangssnelheid niet kunt halen door de vele
luchtweerstand van de hengel. U heeft hier veel en veel te weinig kracht voor. Met andere
woorden de hengel kan zijn werk onmogelijk doen. Het is als het ware een slappe dweil
geworden. Neem nu een heel licht rietje en een goed aangepast werpgewicht. Hier kunt u wel
een goede aanvangssnelheid mee halen, maar heeft u veel te weinig massa en zult niet ver
kunnen werpen.

Tot slot nog iets over de hengelbalans. Spinvissen wil zeggen dat u de hele tijd met de hengel
in de hand staat. Het gewicht van hengel en molen is daarom heel belangrijk. Maar niet alleen
dat. Om prettig te vissen is het belangrijk dat de hengel in evenwicht is. Leg de hengel (vanuit
de top gezien) net voor de molen op je wijsvinger. Waarschijnlijk zal de top zakken. Dit wil
zeggen dat het gedeelte tot voor de molen (dus daar waar je hem gedurende de vissessie
vasthoudt) zwaarder is dan het gedeelte daarachter. Bij de kwalitatief betere hengels is er aan
het uiteinde van het kurken handvat rekening gehouden en kan met door middel van extra
gewicht het evenwicht herstellen. Mocht dit niet het geval zijn kunt u er altijd een rubberen
dop op plakken, waarin wat contra gewicht is aangebracht. De rubberen dop beschermt
trouwens het uiteinde (de kurk) tegen slijtage. De materiaal freaks vinden die dop echter niet
zo mooi, maar deze is wel bijzonder effectief en door de “dubbele” toepassing ook heel
efficiënt.

Een goede hengel kost geld. Wees er daarom zuinig op: na een visdag afspoelen met lauw
water, zodat het zout en vuil niet op de hengel blijft zitten. Zout is funest voor de geleide
ogen. Berg de hengel ook niet nat op in een foedraal. Droog deze goed af, laat hem nog even
drogen, alvorens u hem in de foedraal schuift. Zit er geen hengelkoker bij de hengel, maak er
dan eenvoudig zelf een door een juiste diameter regenpijp (van de juiste lengte) te kopen en
deze te voorzien van een dop aan de boven-en onderzijde van de hengelkoker. In de doppen
kunt u wat schuimrubber plakken. Tevens één of twee keer per jaar de hengel behandelen met
hengel was.

�C;
4.3 Geleide ogen
Een hengel van tegenwoordig wordt veelal uit carbon gemaakt: matten van carbon worden
gerold tot een hengel. Door dit rollen heeft de hengel altijd een iets dikkere kant (één winding
meer) wat de harde kant van een hengel wordt genoemd. En uiteraard ook een iets dunnere
kant: één winding minder, de zogenaamde zachte kant van de hengel. De kant met één
winding minder is de meest buigzame kant van de hengel. Dat is ook logisch. Vist men met
een molen dan zullen de geleide ogen aan de zachte kant van de hengel aangebracht zijn. De
hengel moet immers buigen om de eventuele runs van de vis op te vangen. Als dit duidelijk is
begrijpt u waarom de geleideogen bij het gebruik van een reel aan de harde kant zijn
bevestigd. Op een goede hengel staat ook het ideale werpgewicht vermeld. Vergeet dat u een
hengel kunt kopen met een werpgewicht van 10 tot 40 gram. Ja de winkeliers willen u dit
doen geloven, maar laat u niets wijsmaken. Elke hengel heeft slechts één ideaal werpgewicht.

Een werphengel dient voldoende geleide ogen te bezitten. De geleide ogen zorgen voor een
goede krachtsverdeling tijdens het drillen van een vis. Te weinig ogen tijdens het drillen van
een vis, betekent veel wrijving op de geleide ogen en de lijn, waardoor de lijn kan breken
zonder dat de ingestelde slip gaat werken. Met andere woorden een goede verdeling van
geleide ogen zorgt er ook voor dat de slip gaat werken als dit nodig is, omdat de kracht goed
verdeeld wordt en dus ook overgebracht wordt naar de molen(slip). Stel dat u 3 geleide ogen
op uw hengel zou hebben: de lijn staat bij een gebogen hengel hoekig, met de hoeken op de
geleide ogen. De krachtdistributie naar de molenslip is ernstig verstoord, door een zeer grote
weerstand op de geleide ogen. Natuurlijk hebben meer geleide ogen ook een bepaalde
weerstand met de lijn. Maar deze totale weerstand is veel minder dan bij ons voorbeeld van 3
geleide ogen en door een goede krachtsdistributie zal de slip zijn werk doen. Door deze
weerstand van de geleide ogen op de lijn zal de slip lichter afgesteld moeten worden dan de
trekkracht van de lijn zal zijn. De maximale treksterkte van de lijn zal net voor de beugel van
de werpmolen niet gehaald worden. Dus afstellen van de slip net voor de beugel is niet juist.
De lijn kan dan voor het top oog breken omdat daar de maximale trekkracht dan juist wel
wordt overschreden. De geleide ogen mogen zeker niet te groot zijn, omdat dit veel
luchtweerstand veroorzaakt tijdens het werpen. De “krullen” van de lijn die de werpmolen
verlaten zijn de oorzaak van deze luchtweerstand. Hoe groter de weerstand hoe kleiner de
werpafstand. Geleide ogen van een juiste grootte vormen deze “krullen” snel om tot een

ste ste

rechte lijn (1oog is heel belangrijk). Is met name het 1oog te klein ontstaat er veel
weerstand in dit “start” oog. Maar ook als het oog te groot is ontstaat er veel luchtweerstand.
Deze luchtweerstand zal de werpafstand aanzienlijk negatief beïnvloeden.
Let op geleide ogen zorgen voor extra massa op de hengel, waardoor de actie (het vermogen
om vanuit gebogen stand weer terug te keren naar rechte (lees: rust) stand.
Hoe meer ogen, hoe meer wikkelingen, hoe minder buigzaam de hengel wordt. De “pootjes”
van de geleide ogen en de wikkelingen (vergeet de laklagen niet) verhogen de
buigingsweerstand van de hengel. De hengel voelt wel zachter aan. Dit lijkt tegenstrijdig een
wat zachter aanvoelende hengel die juist wat harder is. Dit heeft alles te maken omdat door de
ogen er meer massa aan de hengel wordt toegevoegd. Het aantal geleide ogen is vaak een punt
van discussie. Hoe meer ogen, hoe meer massa de hengel krijgt en dit gaat vaak ten koste van
de werpafstand. Maar om een vis goed te kunnen drillen, gebruik makend van de hengel,
treksterkte van de visdraad en de perfecte werking van de slip, moeten er voldoende ogen op
de hengel zitten. Anders wordt de kracht niet goed overgebracht en zal de slip niet eens
kunnen werken. Draadbreuk of zelfs hengelbreuk kan het gevolg zijn.
Ja, het is waar, dat, als u de afstand waar de vis aast en/of ophoudt, niet haalt dan hoeft u ook
niet te drillen……., maar toch is dit mijns inziens stof om eens goed over na te denken. Als de
vis kort aan de kant zit, is het voor iedereen mogelijk om een visje te vangen, maar wat als

�C;
deze verder weg zit? De afstand halen is dan vaak het verschil tussen vangen en niet vangen.
Maar ja ook de dril is belangrijk, dit kan het toppunt van genot zijn.
Een belangrijke tip is dat u regelmatig de geleide ogen op scheurtjes en barstjes controleert.
Deze scheurtjes en barstjes kunnen u een kapitale vis kosten, doordat de lijn breekt in een
kapot of beschadigd geleide oog. Deze geleide ogen zijn heel eenvoudig te controleren door
een oude nylon kous door de geleide ogen te halen. Daar waar de nylon kous “haakt” is een
geleide oog aan vervanging toe. U moet echt heel goed kijken of er dikwijls een haarscheurtje
in het geleide oog aanwezig is. De nylon kous registreert dit haarscheurtje onmiddellijk.
Nylon kousen zijn ook een goed opvulmiddel voor de molen spoel als u deze niet geheel vol
wilt spoelen met nieuwe draad. De geleide ogen moeten bij de hengel passen: een lichte
hengel heeft lichte ogen, soms slechts met één oogvoetje. De hengel mag door de geleide
ogen immers geen slappe dweil worden. Denk aan de invloed van toevoegen van extra massa
(geleide ogen, wikkelingen en laklagen) aan de blank.

Waar moeten de geleide ogen op de hengel zijn bevestigd.

Dit vraagt wel enige training en ervaring. Maar de simpelste manier voor de top is deze te
buigen en wel zodanig dat het dikke gedeelte van de top op een gladde ondergrond ligt. De
hengel moet de ruimte krijgen om de draaien. U zult merken dat de hengel zodanig draait dat
de harde kant onder komt (dit is niet de kant waar de hengel naar toe is gebogen). Vergelijk de
hengel met een boog (pijl en boog schieten) dan is de zachte kant de binnenzijde van de boog
en de harde kant de buitenzijde van de boog. De geleide ogen zouden bevestigd moeten zijn
op de zachte kant van de hengel (bij het vissen met een molen).
Voor het onderste gedeelte moet u echt de nodige ervaring hebben, want dit gedeelte buigt
niet zo gemakkelijk. De eenvoudigste manier is om ook dit dikke gedeelte te buigen, waarbij
het dikste gedeelte op een gladde ondergrond ligt. De hengel gebogen houden en dit gedeelte
wat te rollen. U voelt nu hoe de hengel het gemakkelijkst in een bepaalde stand rolt. De zachte
kant bevindt zich daar waar de hengel naar toe wijst met de kromming.
Als u dit een paar keer heeft gedaan, zult u merken dat het vinden van de harde en/of zachte
kant gemakkelijker gaat.

4.4 De molen.
We moeten een keuze maken tussen een molen of een reel.
Voor het licht vissen adviseer ik de molen, omdat met licht kunstaas de reel wat moeilijker
inwerpt. Ik kan er overigens heel goed mee leven dat u voor een reel kiest. Er zijn overigens
meer sportvissers, die ook met licht materiaal prima inwerpen met een reel. Maar geloof me
dat die sportvissers heel wat trainingsuurtjes achter de rug hebben en derhalve misschien ook
heel wat pruiken hebben geworpen.
Een belangrijk voordeel van de reel is wel dat tijdens de worp, maar ook tijdens de dril de
spoel afgeremd kan worden. Hiermede is de slip heel nauwkeurig af te stellen, zodat als de
forel zich onder de hengeltop bevindt de slip toch zijn werk doet. Bevindt de zeeforel zich nog
verder in het zilte nat, dan kunnen we eenvoudig met de duim op de spoel de slip bijregelen
(zwaarder).
Een nadeel van de reel is zoals al eerder vermeld het gooien van pruiken, waardoor kostbare
vistijd verloren gaat. Heeft u het nog nooit meegemaakt dat er links en rechts vis gevangen
wordt en u moet juist een nieuw onderlijntje bevestigen? Of uw haakje zit in het schepnet of
in een kleding stuk? Of uw draad zit in een tak of om uw topoog gedraaid? Stel je eens een
pruik voor…….., even je tijd voor nemen om die pruik te ontwarren, terwijl de adrenaline met
ongekende snelheid door uw aderen stroomt. Ik geef het u te doen.

�C;
Als laatste nadeel voor de reel is dat de worp met de onderarm moet geschieden, een lekker
worpje vanuit de pols lukt niet.
Belangrijk als u een molen aanschaft is te weten of u met gevlochten draad gaat vissen of met
nylon. Gevlochten draad heeft een heel vervelende eigenschap en vereist een molen, die deze
vervelende eigenschap opheft. Gevlochten draad is niet glad zoals nylon dat wel is. Door deze
wat ruwe structuur en de kleine diameter is het gooien van pruiken heel goed mogelijk. De
gevlochten draad neemt tijdens de worp al windingen mee van de molen omdat deze
windingen als het ware aan elkaar plakken. Er zijn een paar molens die speciaal zijn
ontwikkeld om dit probleem te voorkomen. Deze molens spoelen de lijn niet kruislings op
zoals zoveel andere molens maar leggen de windingen keurig achter elkaar. Shimano heeft zo
een paar speciale molens.

Afstellen van de molenslip.
Het behoeft geen betoog dat de hengel en de lijn exact op elkaar afgestemd moeten zijn. Is de
lijn niet sterk genoeg dan kan men de maximale kracht van de hengel niet gebruiken en zal de
hengel ook niet in de vechtstand komen, zodat er geen optimale krachtverdeling kan ontstaan
naar de molenslip toe. De lijn kan breken. Is de lijn te zwaar en men heeft de slip afgesteld op
de sterkte van de lijn dan haalt men mogelijk de gewenste afstand niet en de hengel kan
breken.
Hoe stel je de slip af?
Zorg ervoor dat de slip afgesteld wordt dat deze in werking treedt op het moment dat je voelt
dat de lijn begint te rekken. Let op u heeft nog voldoende reserve. Zorg er wel voor dat de
hengel en lijn op elkaar afgestemd zijn. Bij het bepalen van de lijnsterkte moet u er rekening
mee houden dat de knopen de lijn verzwakken tot 10 – 20 %. M.a.w. knopen geven een max.
treksterkte van 90% van de oorspronkelijke trekkracht van de lijn..
Voor gevlochten lijn is dit anders: bij gevlochten lijn moet de slip losser staan: gevlochten lijn
heeft een grotere weerstand op de geleide ogen en gaat dus minder snel werken op de slip,

m.a.w. men moet een grotere kracht uitoefenen op de molen. De slip moet zeker losser
afgesteld staan als de vis bijna landingsrijp is. Omdat er geen rek in de lijn zit kan de run van
de vis alleen opgevangen worden door de hengel en de slip. Bij nylon lijn wordt de run van de
vis opgevangen door hengel, slip en de rek in de lijn. Het te strak afstellen van de slip kan
lijnbreuk of nog erger hengelbreuk tot gevolg hebben. Het meest ideale zou voor gevlochten
lijn een molen zijn met 2 instelbare slip mechanismen: één voor veraf en één voor dichtbij.
Jammer genoeg ben ik zo’n molen nog niet tegen gekomen en moeten we improviseren. Stel
de slip af op de korte afstand, de vis is klaar om geschept te worden. Vist u op grotere afstand
dan moeten we de slip “bijregelen” door met de vinger de slip wat af te remmen. Het afstellen
van de slip met gebruik van gevlochten draad komt heel nauw. Verkeerd (te zwaar) instellen
kan zelfs lijden tot hengelbreuk. Gevlochten draad heeft geen rek, dus elke fout wordt
meedogenloos afgestraft. Verder moet de molen zeewater bestendig zijn.
4.5 Kunstaas dient het juiste werpgewicht te bezitten.
Als men werpt met het juiste werpgewicht dan voelt u na enige oefening dat de hengel dit
gewicht moeiteloos wegzet. Zelfs al zet u flink wat kracht, dan zal het verschil in werpafstand
gering zijn. Hoe komt dit?
Het antwoord is eenvoudig. Omdat u het juiste gewicht voor die hengel gebruikt zal de hengel
optimaal gebruikt worden om het werpgewicht weg te zetten. De kracht (lees veerkracht) van
de hengel wordt optimaal gebruikt. Zelfs al zet u flink wat kracht de afstand zal niet veel
groter worden. Vist u echter met een te laag werpgewicht dan gebruikt u de hengel niet

�C;
maximaal en zult u de rest met fysieke kracht moeten aanvullen. Vist u met een te hoog
werpgewicht dan kost het de hengel veel moeite om weer volledig in rusttoestand terug te
keren, omdat de hengel veel te ver doorbuigt. Men zegt dat de hengel lui is. De veerkracht van
de hengel wordt niet optimaal gebruikt.
Wat ik u probeer duidelijk te maken is dat een hengel met een werpgewicht van 10gram tot
60 gram absoluut niet bestaat. Elke hengel heeft één specifiek werp werpgewicht. Natuurlijk
kunt u met een hengel met een ideaal werpgewicht van 100 gram een werpgewicht van 5
gram wegzetten, maar probeer het zelf eens……….Sterker nog probeer met een spinhengeltje
van 10 gram werpgewicht eens 125 gram weg te zetten? Pas op dat uw hengel niet
breekt…….
Probeer maar eens wat verschillende gewichten. Na enige oefening en ervaring zult u zelf tot
de conclusie komen dat uw hengel het lekkerst gooit (en dus het verst) bij een bepaald
gewicht. Geloof me maar dat dit het optimale werpgewicht is, waarvoor de hengel is gemaakt.
Natuurlijk zullen de verkopers u “een alles kunnende werphengel” proberen te verkopen.

Samenvatting

Als u goed voorbereid de zeeforel wilt belagen gaat mijn voorkeur uit naar lekker strakke
spinhengels van ca. 20 – 28 gram werpvermogen en een lengte van 2.70 m – 2.85 m. Hierover
denken andere goede zeeforel vissers anders en kiezen voor een lengte van 3 m. Smaken
verschillen zullen we maar zeggen. Ook neem ik een hengeltje van 2.70 m met een
werpgewicht van ca. 12 – 15 gram mee, voor het echt lichte werk. Zorg wel dat de hengels
voldoende body hebben om de haak te kunnen zetten. Als het weer echt ruig is kan het geen
kwaad een zwaarder spinhengeltje mee te nemen van bijvoorbeeld een gram of 30. Door de
extra massa die deze hengels vaak hebben, zal het goed lukken om een gewicht va 22 gram
ook goed weg te kunnen zetten. 30 Grams kunstaas gaat zeker nog betere werpafstanden
halen. Dit is niet altijd nodig, maar wel gemakkelijk. Zeker als de vis wat verder uit de kant,
net achter dat zandbankje ligt te wachten en het water is net iets te diep om naar dat
zandbankje te waden.

3.5 De lijn
We kunnen kiezen uit gevlochten draad of nylon.

3.5.1 Gevlochten draad.
Voordelen:
In vergelijking met nylon is gevlochten draad veel sterker (grotere trekkracht) dan nylon van
dezelfde diameter. Met andere woorden kun je met gevlochten lijn met een dunnere diameter
vissen dan met een nylon lijn, terwijl de trekkracht van de lijn niet verminderd.
Gevlochten draad heeft geen rek, hierdoor komt de aanbeet van een zeeforel snoeihard door
en onder het vissen is er steeds een goed contact met het kunstaas. Je voelt als het ware de
bewegingen van je kunstaas. Door dit goede contact met het kunstaas en de zeer goede
beetregistratie van de lijn, kun je meteen reageren op een aanbeet. Je daarop volgende aanslag
komt bij de zeeforel dan ook onmiddellijk door. Vooral bij het vissen op baars en snoekbaars
is het belangrijk dat uw kunstaasje de bodem aantikt. Met deze lijn is dat prima te doen.
Bovendien kun je door de grote trekkracht je kunstaas lostrekken als je achter een plant blijft
hangen. Gevlochten lijn gaat langer mee, omdat deze minder gevoelig is voor ultraviolet licht.
Maar houdt de lijn zo veel mogelijk uit de zon.
Een nadeel is dat deze lijn meer van uw haken, geleide ogen, molenslip en hengel verwacht.
Als een foute slip afstelling heeft, kan met behulp van de rek in nylon nog wel een en ander

�C;
opgevangen worden. Bij gevlochten lijn wordt dit onmiddellijk afgestraft. Doordat de lijn niet
meer meegeeft, kunnen de haken eerder uitbuigen en zelfs breken. Schaf dus goede kwaliteit
haken aan. Gevlochten lijn heeft meer wrijving ten opzichte van uw geleide ogen. Zorg dus
dat u zeer goede kwaliteit geleide ogen op uw hengel heeft zitten. Geef ook aan als u een
hengel gaat aanschaffen, dat u met gevlochten lijn gaat vissen. Gevlochten lijn zijn vaak
voorzien van een coating die de lijn wat gladder maakt en zo wat minder weerstand uitoefent
en ook minder water opneemt. Maar na verloop van tijd gaat die coating eraf en zuigt de
draad water op. Hierdoor wordt de lijn wat zwaarder. Het grote nadeel is echter in de winter
als het goed vriest. Het opgenomen vocht zet zich af in het top oog en of u wilt of niet er zal
zich ijs vormen. De gevlochten lijn is goed zichtbaar en kan wel eens de oorzaak zijn dat het
wat minder gaat, omdat de zeeforel deze lijn in combinatie kan brengen met “nare ervaringen
uit het verleden”. Dit is evenwel snel te verhelpen door een meter a anderhalve meter fluo
carbon tussen gevlochten lijn en kunstaas te bevestigen. Let hierbij wel op dat u de treksterkte
aanpast aan die van de gevlochten lijn. Een ander belangrijk nadeel is wel dat je er
gemakkelijk pruiken mee gooit. Dit is goed op te lossen mits je een goede molen koopt, met
een speciaal opwindmechanisme, zoals de duurdere Shimano’s. Een ander belangrijk nadeel is
dat ondanks de sterkte van de lijn, de lijn gevoelig is voor beschadigingen. Een scherpe rand
of iets dergelijks betekent vaak dat het gevlochten lijntje breekt. Ook dit is op te vangen met 1
tot 1.5 m voorslag van fluo carbon. Gevlochten lijn is duurder dan nylon lijn.

3.5.2 Nylon
Ook hier zijn 2 varianten:

1. Soepele draad
2. Stugge draad
De soepele draad.
Deze lijn heeft veel rek, wat in bepaalde gevallen een voordeel is, maar in andere gevallen een
nadeel. Rek kan veel plotseling optredende krachten opvangen, maar heeft als nadeel dat de
beetregistratie en gevoel met het kunstaas wat minder is. Uiteraard is deze lijn goedkoper dan
gevlochten draad. Werpen met soepele draad is heel eenvoudig, hier heeft u geen speciale
(dure) molens voor nodig. Deze lijn vist heel prettig, omdat deze wat minder “geheugen”
heeft dan de lijn hieronder. Dit wil zeggen dat de lijn minder snel de vorm van de molenspoel
aanneemt. Vooral handig tijdens het inwerpen. Zeker als dit met grote kracht geschied zoals
bij het strandvissen op gul en platvis. Een ander voordeel van deze lijn is dat deze beter te
knopen is en ook de sterkte op de knoop is beter.

Stugge draad
Deze lijn is harder dan de hierboven besproken lijn en heeft minder rek. Neemt daarentegen
snel de vorm van de molenspoel aan en dit kan bij het inwerpen pruiken tot gevolg hebben.
Deze pruiken zijn overigens snel te ontwarren. Doordat deze lijn minder rek heeft dan de
hierboven omschreven soepele lijn is de beetregistratie en het contact met het kunstaas beter.
Door de hardheid van de lijn is deze sneller beschadigd dan de soepele lijn. Let op deze lijn
kan plotseling optredende krachten minder goed opvangen dan de soepele lijn. Let goed op de
knopen, door de hardheid is de knoop een zwakkere plaats. Als ik met nylon lijn vis geef ik
altijd de voorkeur aan soepele nylon, dit vist gewoon veel prettiger en zeker op de grote
grotere gul betekent dit dat je de gul op afstand kunt afmatten. Stugge draad is ook wat
gevoeliger voor ultra violet licht.

�C;
 �C;

Skriv en ny kommentar: (Klik her)

123hjemmeside.dk
Tegn tilbage: 160
OK Sender...
Se alle kommentarer

| Svar

Nyeste kommentarer

01.02 | 12:29

hei hei kjempe bra fiske site. Masse bra informasjon. Bor i norge jeg. Elsker å fiske på sjøørret. Gleder meg til våren kommer.

...
27.01 | 16:04

Geweldige vent die Lucky Luc ... ik volg zen wekelijkse vangsten en visserij

...
19.01 | 00:11

Memorabel moment Met Totalfishing Lucky Luc. Als ik als visgids aan dit moment terug denk...brrrr, er volgden er meer.

...
10.01 | 15:49

Nice!

...
Du kan lide denne side
Hej!
Prøv at lave din egen hjemmeside ligesom mig! Det er nemt, og du kan prøve det gratis
ANNONCE